Art. 39 Integrale-GMO-verordening, Opslagregels

Verordening (EG) nr. 1234/2007 (Integrale-GMO-verordening)

1. De betaalorganen mogen de door hen aangekochte producten slechts buiten het grondgebied van de lidstaat waaronder zij ressorteren, opslaan nadat zij daartoe door de Commissie zijn gemachtigd.

Voor de toepassing van dit artikel worden het grondgebied van België en het grondgebied van Luxemburg als het grondgebied van één enkele lidstaat beschouwd.

2. De machtiging wordt verleend als de opslag van essentieel belang is, rekening houdend met het volgende:

a) de opslagmogelijkheden en -behoeften in de lidstaat waaronder het betaalorgaan ressorteert en in de andere lidstaten;

b) eventuele extra kosten die voortvloeien uit opslag in de lidstaat waaronder het betaalorgaan ressorteert, en uit vervoer.

3. Een machtiging voor opslag in een derde land kan slechts worden verleend als, uitgaande van de in lid 2 vastgestelde criteria, opslag in een andere lidstaat grote problemen oplevert.

4. De in lid 2, onder a), bedoelde gegevens worden verstrekt na raadpleging van alle lidstaten.

5. Douanerechten en andere in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te verlenen of te heffen bedragen zijn niet van toepassing op producten die:

a) worden vervoerd nadat op grond van de leden 1, 2 en 3 een machtiging is verleend, of

b) van één betaalorgaan naar een ander worden vervoerd.

6. Elk betaalorgaan dat handelt overeenkomstig de leden 1, 2 en 3, blijft verantwoordelijk voor de producten die zijn opgeslagen buiten het grondgebied van de lidstaat waaronder het ressorteert.

7. Als producten die door een betaalorgaan zijn opgeslagen buiten het grondgebied van de lidstaat waaronder dat betaalorgaan ressorteert, niet naar die lidstaat worden teruggebracht, worden zij afgezet tegen de prijzen en de voorwaarden die voor de plaats van opslag zijn vastgesteld of moeten worden vastgesteld.