Art. 3, Verkoopseizoenen
De volgende verkoopseizoenen worden vastgesteld:
a) 1 januari tot en met 31 december van een bepaald jaar voor de sector bananen;
b) 1 april tot en met 31 maart van het daaropvolgende jaar voor:
i) de sector gedroogde voedergewassen,
ii) de sector zijderupsen;
c) 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar voor:
i) de sector granen,
ii) de sector zaaizaad,
iii) de sector olijfolie en tafelolijven,
iv) de sector vlas en hennep,
v) de sector melk en zuivelproducten;
d) 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar voor de rijstsector;
e) 1 oktober tot en met 30 september van het daaropvolgende jaar voor de suikersector.