Art. 27 Integrale-GMO-verordening, Uitreiking aan de meest hulpbehoevenden in de Gemeenschap

Verordening (EG) nr. 1234/2007 (Integrale-GMO-verordening)

1. Producten uit de interventievoorraden worden aan bepaalde daartoe aangewezen organisaties ter beschikking gesteld met het oog op verstrekking, volgens een jaarprogramma, van levensmiddelen aan de meest hulpbehoevenden in de Gemeenschap.

De uitreiking gebeurt:

a) gratis, of

b) tegen een prijs die in geen geval hoger mag liggen dan de door de aangewezen organisaties bij de toepassing van de maatregelen gemaakte kosten.

2. Een product kan op de markt van de Gemeenschap worden aangeschaft als:

a) het tijdelijk, tijdens de uitvoering van het in lid 1 bedoelde jaarprogramma, niet voorhanden is in de interventievoorraden van de Gemeenschap, voor zover dat nodig is om dat programma in een of meerdere lidstaten te kunnen uitvoeren en op voorwaarde dat de in de begroting van de Gemeenschap voor dat doel voorziene kosten niet worden overschreden, of

b) anders voor de uitvoering van het jaarprogramma overdracht tussen lidstaten zou moeten plaatsvinden van kleine hoeveelheden producten die als interventieproduct beschikbaar zijn in een andere lidstaat dan waar zij nodig zijn.

3. De betrokken lidstaten wijzen de in lid 1 bedoelde organisaties aan en stellen de Commissie elk jaar tijdig in kennis van hun voornemen deze regeling toe te passen.

4. De in de leden 1 en 2 bedoelde producten worden de aangewezen organisaties gratis ter beschikking gesteld. Als boekwaarde wordt de interventieprijs aangehouden, eventueel gecorrigeerd aan de hand van coëfficiënten om rekening te houden met kwaliteitsverschillen.

5. Onverminderd artikel 190 worden de krachtens de leden 1 en 2 van dit artikel beschikbaar gestelde producten gefinancierd uit kredieten van de passende begrotingslijn van het ELGF, binnen de begroting van de Europese Gemeenschappen. Voorts kan worden bepaald dat met deze financiering wordt bijgedragen in de kosten van het vervoer van de producten vanuit de interventiecentra, alsmede in de administratieve kosten van de aangewezen organisaties die uit de toepassing van de in dit artikel vastgestelde regeling voortvloeien, met uitzondering van de kosten die eventueel krachtens de leden 1 en 2 voor rekening van de begunstigden komen.