Art. 182 Integrale-GMO-verordening, Specifieke nationale bepalingen
Verordening (EG) nr. 1234/2007 (Integrale-GMO-verordening)
1. Als de Commissie daarvoor een machtiging verleent, kunnen Finland en Zweden steun voor de productie en het in de handel brengen van rendieren en rendierproducten (GN ex 0208 en ex 0210 ) toekennen voor zover die steun niet gepaard gaat met een verhoging van de traditionele productieniveaus.
2. Onder voorbehoud van toestemming van de Commissie mag Finland steun verlenen voor bepaalde hoeveelheden zaaizaad en bepaalde hoeveelheden zaaigraan die, in verband met de specifieke klimaatgesteldheid, alleen in die lidstaat worden geproduceerd.
3. De lidstaten die hun suikerquotum met meer dan 50 % verlagen in vergelijking met de suikerquota die op 20 februari 2006 in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 318/2006 zijn vastgesteld, mogen tijdelijke staatssteun toekennen tijdens de periode waarvoor de overgangssteun voor bietentelers wordt uitbetaald overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 10 septies, van Verordening (EG) nr. 1782/2003. De Commissie besluit, op basis van een aanvraag van een betrokken lidstaat, over het totaalbedrag van de staatssteun voor deze maatregel.
Voor Italië bedraagt de in de eerste alinea bedoelde tijdelijke steun ten hoogste 11 euro per verkoopseizoen per ton suikerbiet, toe te kennen aan de suikerbietentelers en voor het vervoer van suikerbieten.
Finland mag per verkoopseizoen aan suikerbietentelers tot 350 euro per hectare toekennen.
De betrokken lidstaat stelt de Commissie binnen 30 dagen voor het einde van elk verkoopseizoen op de hoogte van het bedrag van de in dat verkoopseizoen daadwerkelijk toegekende staatssteun.
4. Onverminderd de toepassing van artikel 88, lid 1, en van de eerste zin van artikel 88, lid 3, van het Verdrag, mag Duitsland tot en met 31 december 2010 in het kader van het Duitse alcoholmonopolie steun verlenen voor producten die, na verdere bewerking, door het monopolie in de handel worden gebracht als ethylalcohol uit landbouwproducten die vermeld zijn in bijlage I bij het Verdrag. Het totaalbedrag van deze steun mag niet hoger zijn dan 110 miljoen euro per jaar.
Duitsland dient ieder jaar vóór 30 juni bij de Commissie een verslag over de werking van de regeling in.