Art. 52 Verordening (EG) nr. 1182/2007, Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1782/2003
Verordening (EG) nr. 1182/2007
Verordening (EG) nr. 1782/2003 wordt als volgt gewijzigd:
1) „a) zij op grond van ten minste één van de in bijlage VI bedoelde steunregelingen een betaling hebben ontvangen in de in artikel 38 vastgestelde referentieperiode, of, in het geval van olijfolie, in de in artikel 37, lid 1, tweede alinea, bedoelde verkoopseizoenen, of, in het geval van suikerbieten, suikerriet en cichorei, zij marktsteun hebben gekregen in de in bijlage VII, punt K, bedoelde representatieve periode, of, in het geval van bananen, zij compensatie voor het verlies aan opbrengsten hebben gekregen in de in bijlage VII, punt L, bedoelde representatieve periode, of, in het geval van groenten en fruit, consumptieaardappelen en kwekerijproducten, zij in de door de lidstaten voor deze producten overeenkomstig bijlage VII, punt M, toegepaste representatieve periode producent van groenten en fruit, consumptieaardappelen of kwekerijproducten waren;”.
2) „Voor groenten en fruit, consumptieaardappelen en kwekerijproducten wordt het referentiebedrag berekend en aangepast overeenkomstig bijlage VII, punt M.”.
3) „2. Indien de hele referentieperiode door het geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden werd beïnvloed, berekent de lidstaat het referentiebedrag op basis van de periode van 1997 tot en met 1999.
In het geval van suikerbieten, suikerriet en cichorei wordt het referentiebedrag berekend op basis van het meest recente verkoopseizoen voorafgaand aan de overeenkomstig bijlage VII, punt K, gekozen representatieve periode. In het geval van bananen wordt het referentiebedrag berekend op basis van het meest recente verkoopseizoen voorafgaand aan de overeenkomstig bijlage VII, punt L, gekozen representatieve periode. In het geval van groenten en fruit, consumptieaardappelen en kwekerijproducten wordt het referentiebedrag berekend op basis van het meest recente verkoopseizoen voorafgaand aan de overeenkomstig bijlage VII, punt M, gekozen representatieve periode. In deze gevallen is lid 1 mutatis mutandis van toepassing.”.
4) „Voor de toepassing van lid 5 kunnen de lidstaten echter besluiten dat niet-gebruikte toeslagrechten overeenkomend met het aantal door de landbouwer opgegeven hectaren die worden gebruikt voor de teelt van consumptieaardappelen of groenten en fruit, niet aan de nationale reserve worden toegevoegd.”.
5) „a) in het geval van steun voor aardappelzetmeel, gedroogde voedergewassen, zaaizaad, olijfgaarden en tabak als genoemd in bijlage VII, het overeenkomstig bijlage VII, punten B, D, F, H en I, berekende aantal hectaren voor de productie waarvan de steun in de referentieperiode is verleend;
a bis)
in het geval van suikerbieten, suikerriet en cichorei, het overeenkomstig bijlage VII, punt K.4, berekende aantal hectaren;
a ter)
in het geval van bananen, het overeenkomstig bijlage VII, punt L, berekende aantal hectaren;
a quater)
in het geval van groenten en fruit, consumptieaardappelen en kwekerijproducten, het overeenkomstig bijlage VII, punt M, berekende aantal hectaren;”.
6) „Onder „subsidiabele hectare” worden tevens verstaan:
a) oppervlakten die met hop zijn beplant of die tijdelijk uit productie moeten worden genomen;
b) met olijfbomen beplante oppervlakten;
c) met bananen beplante oppervlakten;
d) met blijvende groente- of fruitgewassen beplante oppervlakten;
e) kwekerijen.”.
7) „3. In de lidstaten echter die geen gebruik hebben gemaakt van de optie in artikel 71 en die geen gebruikmaken van de optie in de tweede alinea van artikel 51, worden niet-gebruikte toeslagrechten overeenkomend met het aantal door de landbouwer opgegeven hectaren die worden gebruikt voor de teelt van consumptieaardappelen of groenten en fruit, niet aan de nationale reserve toegevoegd.”;
8) „Artikel 51
Gebruik van de grond voor landbouw
Landbouwers mogen de percelen die zij overeenkomstig artikel 44, lid 3, hebben aangegeven, gebruiken voor elke landbouwactiviteit, met uitzondering van blijvende teelten. Voor de onderstaande teelten mogen zij deze percelen echter wel gebruiken:
a) hop,
b) olijfbomen,
c) bananen,
d) blijvende groente- en fruitgewassen,
e) kwekerijproducten.
In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten voor 1 november 2007 besluiten dat percelen in een of meer regio’s van de betreffende lidstaat tot een door die lidstaat te bepalen datum, maar uiterlijk tot 31 december 2010, niet mogen worden gebruikt voor:
a) de productie van een of meer producten zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 en in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96. De lidstaten kunnen in dat geval evenwel besluiten secundaire teelt toe te laten op subsidiabele hectaren gedurende een periode van ten hoogste drie maanden die elk jaar op 15 augustus aanvangt; op verzoek van een lidstaat wordt deze datum echter gewijzigd volgens de procedure van artikel 144, lid 2, voor gebieden waar granen gewoonlijk eerder worden geoogst wegens klimaatredenen; en/of
b) de productie van consumptieaardappelen; en/of
c) kwekerijproducten.”.
9) „8. Indien een lidstaat besluit gebruik te maken van de afwijking in de tweede alinea van artikel 51, mag hij eveneens voor 1 november 2007 besluiten de leden 1 tot en met 7 van dit artikel voor dezelfde periode toe te passen. De leden 1 tot en met 7 van dit artikel zijn in geen enkel ander geval van toepassing.”.
10) „Wat de opneming van de met de betalingen voor groenten en fruit, de met consumptieaardappelen en de met kwekerijproducten overeenkomende component in de bedrijfstoeslagregeling betreft, kunnen de lidstaten tot 1 april 2008 besluiten de in de eerste alinea vastgestelde afwijking toe te passen.”.
11) „2. Al naar gelang de door iedere lidstaat gemaakte keuze bepaalt de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure een maximum voor elk van de in respectievelijk de artikelen 66 tot en met 69 genoemde rechtstreekse betalingen.
Dit maximum is gelijk aan het aandeel van elk type rechtstreekse betaling in de in artikel 41 genoemde nationale maxima, vermenigvuldigd met de verlagingspercentages die de lidstaten overeenkomstig de artikelen 66 tot en met 69 toepassen.
Het totaalbedrag van de vastgestelde maxima wordt volgens de procedure van artikel 144, lid 2, in mindering gebracht op de nationale maxima.”.
12) „1. Voor de na een mogelijke vermindering volgens artikel 41 aan de landbouwers toe te wijzen toeslagrechten wordt het aandeel in het uit elk van de in respectievelijk de artikelen 66 tot en met 69 genoemde rechtstreekse betalingen voortvloeiende referentiebedrag verminderd met het door de lidstaten binnen de in die artikelen bepaalde limiet vast te stellen percentage, en voor de in artikel 68 ter bedoelde rechtstreekse betalingen binnen de termijn die de lidstaten overeenkomstig dat artikel hebben vastgesteld.”.
13) „Artikel 68 ter
Overgangsbetalingen voor groenten en fruit
1. De lidstaten kunnen voor 1 november 2007 besluiten tot en met 31 december 2011 tot 50 % te behouden van het aandeel in de in artikel 41 genoemde nationale maxima dat bestemd is voor bepaalde voor verwerking geleverde tomaten die subsidiabel waren uit hoofde van de steunregeling van Verordening (EG) nr. 2201/96.
In dit geval doet de betrokken lidstaat jaarlijks binnen de grenzen van het overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum een extra betaling aan landbouwers.
De extra betaling wordt verleend aan landbouwers die dergelijke tomaten produceren overeenkomstig de voorwaarden van hoofdstuk 10 octies van titel IV.
2. De lidstaten kunnen voor 1 november 2007 besluiten:
a) tot en met 31 december 2010 tot 100 % te behouden van het aandeel in de in artikel 41 genoemde nationale maxima dat bestemd is voor bepaalde in de derde alinea van dit lid bedoelde andere groente- en fruitgewassen dan eenjarige die ter verwerking worden geleverd en subsidiabel waren uit hoofde van de steunregelingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 en Verordening (EG) nr. 2202/96; en
b) van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012 tot 75 % te behouden van het aandeel in de in artikel 41 genoemde nationale maxima dat bestemd is voor bepaalde in de derde alinea van dit lid bedoelde andere groente- en fruitgewassen dan eenjarige die ter verwerking worden geleverd en subsidiabel waren uit hoofde van de steunregelingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 en Verordening (EG) nr. 2202/96.
In dit geval doet de betrokken lidstaat jaarlijks binnen de grenzen van het overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum een extra betaling aan landbouwers.
De extra betaling wordt verleend aan landbouwers voor de productie van een of meer van de volgende groente- en fruitgewassen, zoals vastgesteld door de betrokken lidstaat, die geleverd worden voor verwerking en subsidiabel zijn uit hoofde van de steunregelingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 en Verordening (EG) nr. 2202/96; daarbij gelden de voorwaarden van artikel 10 octies van Titel IV:
a) verse vijgen,
b) verse citrusvruchten,
c) tafeldruiven,
d) peren,
e) perziken, nectarines en bloedperziken, en
f) bepaalde soorten pruimen verkregen uit „prunes d’Ente”.
3. Het in lid 1 bedoelde aandeel in de nationale maxima dat bestemd is voor tomaten, is als volgt:
Lidstaat
Bedrag
(miljoen EUR per kalenderjaar)
Bulgarije
5,394
Tsjechië
0,414
Griekenland
35,733
Spanje
56,233
Frankrijk
8,033
Italië
183,967
Cyprus
0,274
Malta
0,932
Hongarije
4,512
Roemenië
1,738
Polen
6,715
Portugal
33,333
Slowakije
1,018
4. Het in lid 2 bedoelde aandeel in de nationale maxima dat bestemd is voor andere groente- en fruitgewassen dan eenjarige, is als volgt:
Lidstaat
Bedrag
(miljoen EUR per kalenderjaar)
Bulgarije
0,851
Tsjechië
0,063
Griekenland
153,833
Spanje
110,633
Frankrijk
44,033
Italië
131,700
Cyprus
In 2008: 4,793
In 2009: 4,856
In 2010: 4,919
In 2011: 4,982
In 2012: 5,045
Hongarije
0,244
Roemenië
0,025
Portugal
2,400
Slowakije
0,007 ”.
14) 15) „Wat de opneming van de met de betalingen voor groenten en fruit overeenkomende component in de bedrijfstoeslagregeling betreft, kunnen de nieuwe lidstaten tot uiterlijk 1 april 2008 of 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling evenwel besluiten de in de eerste alinea vastgestelde afwijking toe te passen.”
16) „HOOFDSTUK 10 octies
OVERGANGSBETALINGEN VOOR GROENTEN EN FRUIT
Artikel 110 unvicies
Bij wijze van overgangsmaatregel verleende oppervlaktesteun
1. Voor de toepassing van artikel 68 ter, lid 1, of artikel 143 ter quater, lid 1, kan tijdens de in die bepalingen genoemde periode onder de in dit hoofdstuk uiteengezette voorwaarden een bij wijze van overgangsmaatregel verleende oppervlaktesteun worden verleend aan landbouwers die bepaalde voor verwerking geleverde tomaten produceren, zoals bepaald door de lidstaten.
2. Voor de toepassing van artikel 68 ter, lid 2, of artikel 143 ter quater, lid 2, kan tijdens de in die bepalingen genoemde periode onder de in dit hoofdstuk uiteengezette voorwaarden een bij wijze van overgangsmaatregel verleende oppervlaktesteun worden verleend aan landbouwers die bepaalde in de derde alinea van artikel 68 ter, lid 2, vermelde groente- en fruitproducten produceren, zoals bepaald door de lidstaten.
Artikel 110 duovicies
Bedrag van de steun en subsidiabiliteit
1. De lidstaten stellen de steun per hectare waarop tomaten en de in de derde alinea van artikel 68 ter, lid 2, genoemde groente- en fruitgewassen worden verbouwd, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria vast.
2. Het totale bedrag van de betalingen mag het overeenkomstig artikel 64, lid 2, of artikel 143 ter quater vastgestelde maximum niet overschrijden.
3. De steun mag alleen worden verleend voor oppervlakten waarvan de productie valt onder een contract voor verwerking tot een van de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 vermelde producten.
4. De lidstaten kunnen voor het verlenen van de communautaire steun verdere objectieve en niet-discriminerende criteria vaststellen, onder andere door er de voorwaarde aan te verbinden dat de landbouwers lid zijn van een overeenkomstig artikel 4 of 7 van Verordening (EG) nr. 1182/2007 van de Raad van 26 september 2007 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de sector groenten en fruit (*1) erkende telersvereniging of producentengroepering.
5. De lidstaten stellen de Commissie voor 1 november 2007 in kennis van hun besluit om artikel 68 ter of artikel 143 ter quater toe te passen, van het bedrag dat zij uit hoofde van artikel 68 ter of artikel 143 ter quater behouden, en van de criteria als bedoeld in lid 1.
HOOFDSTUK 10 nonies
OVERGANGSBETALING VOOR ZACHT FRUIT
Artikel 110 tervicies
Betaling voor zacht fruit
1. Voor de periode tot en met 31 december 2012 geldt een bij wijze van overgangsmaatregel verleende oppervlaktesteun voor aardbeien van GN-code 0810 10 00 en frambozen van GN-code 0810 20 10 die worden geleverd ter verwerking.
2. De steun mag alleen worden verleend voor oppervlakten waarvan de productie valt onder een contract voor verwerking tot een van de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 vermelde producten.
3. De communautaire steun bedraagt 230 euro per hectare per jaar.
4. De lidstaten kunnen, als aanvulling op de communautaire steun, nationale steun verlenen. De som van de communautaire en de nationale steun mag niet meer bedragen dan 400 euro per hectare per jaar.
5. De steun mag slechts worden verleend voor maximaal de volgende aan de lidstaten toegekende nationale gegarandeerde arealen:
Lidstaat
Nationaal gegarandeerd areaal
(in hectare)
Bulgarije
2 400
Hongarije
1 700
Letland
400
Litouwen
600
Polen
48 000
Indien het subsidiabele areaal in een lidstaat en in een gegeven jaar het maximale nationale gegarandeerde areaal overschrijdt, wordt het in lid 3 genoemde steunbedrag verlaagd in verhouding tot de overschrijding van het maximale nationale gegarandeerde areaal.
6. De artikelen 143 bis en 143 quater zijn niet van toepassing op de overgangsbetaling voor zacht fruit.
(*1) PB L 273 van 17.10.2007, blz. 1 ”."
17) „1. De nieuwe lidstaten kunnen uiterlijk op de datum van toetreding besluiten de rechtstreekse betalingen, met uitzondering van de in hoofdstuk 5 van titel IV vastgestelde steun voor energiegewassen en de in hoofdstuk 10 nonies van titel IV vastgestelde overgangsbetaling voor zacht fruit, gedurende de in lid 9 bedoelde toepassingsperiode te vervangen door een enkele areaalbetaling die overeenkomstig lid 2 wordt berekend.”.
18) „— aangepast met gebruikmaking van het desbetreffende percentage in artikel 143 bis voor de geleidelijke invoering van rechtstreekse betalingen, behalve voor de bedragen die beschikbaar zijn overeenkomstig bijlage VII, punt K.2, of overeenkomstig het verschil tussen deze bedragen en die welke werkelijk worden toegepast als bedoeld in artikel 143 ter bis, lid 4, en voorts behalve voor de bedragen voor de sector groenten en fruit overeenkomstig artikel 68 ter, leden 3 en 4, of overeenkomstig het verschil tussen deze bedragen en die welke werkelijk worden toegepast als bedoeld in artikel 143 ter ter, lid 4, en artikel 143 ter quater, lid 3.”.
19) „Artikel 143 ter ter
Afzonderlijke betaling voor groenten en fruit
1. In afwijking van artikel 143 ter kunnen de nieuwe lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen, voor 1 november 2007 besluiten een afzonderlijke betaling voor groenten en fruit te verlenen aan landbouwers die in aanmerking komen uit hoofde van de regeling inzake een enkele areaalbetaling. De betaling wordt verleend op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria als uiteengezet in bijlage VII, punt M, eerste alinea, en op basis van een representatieve periode als aangegeven in die alinea.
2. De afzonderlijke betaling voor groenten en fruit wordt verleend binnen de grenzen van het aandeel van het in artikel 71 quater bedoelde nationale maximum dat is bestemd voor groenten en fruit.
3. In afwijking van lid 2 kan elke betrokken nieuwe lidstaat voor 1 november 2007 besluiten om op basis van objectieve criteria voor de afzonderlijke betaling voor groenten en fruit een lager maximum toe te passen dan dat welk in dat lid is vastgesteld.
4. De middelen die overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 voor het verlenen van de afzonderlijke betaling voor groenten en fruit beschikbaar zijn gesteld, worden niet opgenomen in het in artikel 143 ter, lid 3, bedoelde jaarlijkse totaalbedrag.
5. De artikelen 143 bis en 143 quater zijn niet van toepassing op de afzonderlijke betaling voor groenten en fruit.
6. In geval van feitelijke of verwachte vererving wordt de afzonderlijke betaling voor groenten en fruit toegekend aan de landbouwer die het bedrijf heeft geërfd, mits deze landbouwer in aanmerking komt voor de regeling inzake een enkele areaalbetaling.
Artikel 143 ter quater
Overgangsbetaling voor groenten en fruit
1. In afwijking van artikel 143 ter kunnen de nieuwe lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen, voor 1 november 2007 besluiten tot 31 december 2011 tot 50 % te behouden van het aandeel in de in artikel 41 genoemde nationale maxima dat bestemd is voor tomaten van GN-code 0702 00 00 .
In dit geval doet de betrokken lidstaat jaarlijks binnen de grenzen van het overeenkomstig de procedure van artikel 144, lid 2, vastgestelde maximum een extra betaling aan landbouwers.
De extra betaling wordt verleend aan landbouwers die dergelijke tomaten produceren overeenkomstig de voorwaarden van hoofdstuk 10 octies van titel IV.
2. In afwijking van artikel 143 ter besluiten de nieuwe lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen, voor 1 november 2007:
a) tot en met 31 december 2010 tot 100 % te behouden van het aandeel in de in artikel 71 quater genoemde nationale maxima dat bestemd is voor in de derde alinea bedoelde andere groente- en fruitgewassen dan eenjarige;
b) van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2012 tot 75 % te behouden van het aandeel in de in artikel 71 quater genoemde nationale maxima dat bestemd is voor in de derde alinea bedoelde andere groente- en fruitgewassen dan eenjarige.
In dit geval doet de betrokken lidstaat jaarlijks binnen de grenzen van het overeenkomstig de procedure van artikel 144, lid 2, vastgestelde maximum een extra betaling aan landbouwers.
De extra betaling wordt verleend aan landbouwers die een of meer van de artikel 68 ter, lid 2, vermelde groente- en fruitproducten produceren, zoals vastgesteld door de betrokken lidstaat.
3. De middelen die overeenkomstig de leden 1 en 2 voor het verlenen van de overgangsbetaling voor groenten en fruit beschikbaar zijn gesteld, worden niet opgenomen in het in artikel 143 ter, lid 3, bedoelde jaarlijkse totaalbedrag.
4. De artikelen 143 bis en 143 quater zijn niet van toepassing op de afzonderlijke betaling voor groenten en fruit.”.
20) „d quinquies)
21) „Artikel 155
Andere overgangsbepalingen
Verdere maatregelen ter vergemakkelijking van de overgang van de regelingen die zijn ingesteld bij de in de artikelen 152 en 153 genoemde verordeningen en bij de Verordeningen (EEG) nr. 404/93, (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96, (EG) nr. 2202/96 en (EG) nr. 1260/2001 naar die van de onderhavige verordening, met name de maatregelen die verband houden met de toepassing van de artikelen 4 en 5 van en de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1259/1999 en artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1251/1999, en ter vergemakkelijking van de overgang van de bij Verordening (EEG) nr. 1035/72 ingestelde regeling betreffende verbeteringsprogramma’s naar die van de artikelen 83 tot en met 87 van de onderhavige verordening, kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 144, lid 2, van de onderhavige verordening. De in de artikelen 152 en 153 genoemde verordeningen en artikelen blijven van toepassing voor de vaststelling van de in bijlage VII bedoelde referentiebedragen.”.
22)