Art. 9 Verordening (EG) nr. 861/2007, Bewijsverkrijging

Verordening (EG) nr. 861/2007

1. Het gerecht bepaalt met welke middelen het bewijs wordt verkregen en welk bewijs het overeenkomstig de voorschriften inzake de toelaatbaarheid van bewijs nodig heeft om een uitspraak te kunnen doen. Het gerecht kan bewijsverkrijging door middel van een schriftelijke verklaring van getuigen, deskundigen of partijen toelaten. Het gerecht kan ook, bij beschikbaarheid van de technische middelen, bewijsverkrijging met behulp van een videoconferentie of andere vormen van communicatietechnologie toelaten.

2. Het gerecht kan een deskundigenonderzoek of een mondelinge getuigenis slechts gelasten indien dit voor het geven van de beslissing noodzakelijk is. Het gerecht houdt daarbij rekening met de kosten.

3. Het gerecht kiest de eenvoudigste en minst bezwarende wijze van bewijsverkrijging.