Art. 2 Verordening (EG) nr. 861/2007, Toepassingsgebied
1. Deze verordening is, in grensoverschrijdende zaken, van toepassing in burgerlijke en handelszaken, ongeacht de aard van het gerecht, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier door het bevoegde gerecht wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan 2 000 EUR. Zij heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken, of op de aansprakelijkheid van de staat wegens handelingen of omissies bij de uitoefening van het staatsgezag („acta jure imperii”).
2. Deze verordening is niet van toepassing op zaken met betrekking tot:
a) de staat en de bekwaamheid van natuurlijke personen;
b) het huwelijksgoederenrecht, onderhoudsverplichtingen en testamenten en erfenissen;
c) faillissement, surséance van betaling, procedures ter ontbinding van insolvente vennootschappen of andere rechtspersonen, gerechtelijke en faillissementsakkoorden en andere soortgelijke procedures;
d) sociale zekerheid;
e) arbitrage;
f) arbeidsrecht;
g) huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende zaken, met uitzondering van vorderingen van geldelijke aard, of
h) inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en op de persoonlijkheidsrechten, waaronder begrepen laster.
3. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „lidstaat” verstaan, iedere lidstaat, behalve Denemarken.