Art. 18 Verordening (EG) nr. 861/2007, Minimumnormen voor heroverweging van de beslissing
1. De verweerder kan het bevoegde gerecht in de lidstaat waar de beslissing is gegeven, om heroverweging van de in een Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing verzoeken, indien:
a) i) het vorderingsformulier of de oproeping voor een mondelinge behandeling aan de verweerder is betekend of ter kennis is gebracht op een wijze waarbij bewijs van persoonlijke ontvangst is als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 805/2004, en
ii) de betekening of kennisgeving buiten zijn schuld niet zo tijdig is geschied als met het oog op zijn verdediging nodig was,
of
b) de verweerder de vordering niet heeft kunnen betwisten wegens overmacht of wegens buitengewone omstandigheden, buiten zijn schuld,
mits hij in beide gevallen onverwijld handelt.
2. Indien het gerecht de heroverweging weigert omdat geen van de in lid 1 vermelde gronden van toepassing is, blijft de in de Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing van kracht.
Indien het gerecht besluit dat heroverweging om een van de in lid 1 bedoelde redenen gegrond is, is de in de Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing nietig.