Art. 76 Verordening (EG) nr. 718/2007, Erkenning van de operationele structuur en toekenning van de beheersbevoegdheden
1. Indien vóór de inwerkingtreding van onderhavige verordening communautaire middelen door bestaande nationale organen in de begunstigde landen krachtens Verordening (EEG) nr. 3906/89 of Verordening (EG) nr. 2500/2001 werden beheerd, gaan deze organen (hierna „de bestaande nationale organen” genoemd) uit hoofde van de afdeling omschakeling en institutionele opbouw daar zolang mee door, tot de Commissie een besluit goedkeurt inzake de toekenning van de beheersbevoegdheden.
2. In geen enkel geval kunnen de bestaande nationale organen langer dan één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening fondsen beheren uit hoofde van de afdeling omschakeling en institutionele opbouw zonder toekenning van beheersbevoegdheden.
3. De Commissie treft haar besluit of de beheersbevoegdheden aan de bestaande nationale organen moeten worden toegekend meer bepaald op basis van de lijst van afwijkingen die overeenkomstig lid 4 is ingediend en het besluit dat door de nationale ordonnateur overeenkomstig lid 5 is genomen.
4. De nationale ordonnateur evalueert de operationele structuur, met inbegrip van de bestaande nationale organen, in het licht van de vereisten van artikel 11. Meer bepaald stelt hij uit hoofde van deze verordening als bedoeld in artikel 11 een lijst van vereisten op waaraan de operationele structuur niet voldoet, gebaseerd op een advies van een externe controleur die functioneel onafhankelijk is van alle betrokkenen bij het beheer- en controlesysteem.
Deze lijst van afwijkingen wordt uiterlijk vier maanden na de inwerkingtreding van deze verordening naar de Commissie gezonden.
5. Indien de tekortkomingen als bedoeld in lid 4 verenigbaar worden geacht met een doeltreffend en doelmatig functioneren van de operationele structuren, kan de nationale ordonnateur besluiten de betrokken organen uit hoofde van deze verordening te erkennen.
Uiterlijk vijf maanden na inwerkingtreding van deze verordening zendt de nationale ordonnateur een besluit inzake de erkenning van de betrokken organen naar de Commissie. Dit besluit omvat een tijdschema met aan bepaalde data gebonden doelstellingen waarin de te nemen maatregelen worden vastgesteld om de tekortkomingen als opgesomd in de lijst van lid 4, te verhelpen. Het tijdschema wordt met de Commissie overeengekomen.
6. Indien de tekortkomingen als bedoeld in lid 4 niet verenigbaar worden geacht met een doeltreffend en doelmatig functioneren van een operationele structuur, erkent de nationale ordonnateur de betrokken operationele structuur overeenkomstig de bepalingen van artikel 13.
7. Indien de Commissie besluit uit hoofde van deze verordening beheersbevoegdheden toe te kennen aan de bestaande nationale organen, kunnen in het besluit van de Commissie verdere voorwaarden aan de nationale autoriteiten worden opgelegd. Indien verdere voorwaarden worden opgelegd, stelt de Commissie een tijdschema vast voor naleving door de nationale autoriteiten, met het oog op een blijvende toekenning van beheersbevoegdheden. Het besluit van de Commissie legt ook de lijst vast van voorafgaande controles als bedoeld in artikel 14, lid 3.
8. Ongeacht het besluit van de nationale ordonnateur kan de Commissie op elk ogenblik besluiten de toekenning van beheersbevoegdheden aan een van de betrokken organen te handhaven, op te schorten of in te trekken.
9. In alle stadia ziet de nationale ordonnateur erop toe dat alle informatie die de Commissie verlangt door het begunstigde land wordt verstrekt.