Art. 184 Verordening (EG) nr. 718/2007, Programma's
1. Voor maatregelen in het kader van de afdeling plattelandsontwikkeling wordt een nationaal programma op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling opgesteld (hierna „het programma” genoemd) voor de volledige periode van de IPA-steun. Het programma wordt opgesteld door de relevante autoriteiten, die worden aangewezen door het begunstigde land, en wordt voorgelegd aan de Commissie nadat de belanghebbenden zijn geraadpleegd.
2. Elk programma bevat de volgende elementen:
a) een gekwantificeerde beschrijving van de bestaande situatie waarin aandacht wordt besteed aan de onevenwichtigheden, lacunes en ontwikkelingsmogelijkheden, de belangrijkste resultaten van eerdere acties waarvoor communautaire of andere bilaterale of multilaterale steun werd verleend, de daarbij aangewende financiële middelen en de beschikbare evaluatieresultaten;
b) een beschrijving van de nationale strategie voor plattelandsontwikkeling, op basis van een analyse van de huidige situatie op het platteland en een grondige analyse van de betrokken sectoren, waarbij een beroep is gedaan op onafhankelijke deskundigen. Ook moet een beschrijving worden opgenomen van de bestaande opleidingsstrategie zoals bedoeld in artikel 181, lid 2. De nationale strategie voor plattelandsontwikkeling moet ook gekwantificeerde doelstellingen bevatten, waarbij voor elk in artikel 171, lid 1, genoemd zwaartepunt de passende indicatoren voor controle en evaluatie worden beschreven;
c) een toelichting bij de wijze waarop de algemene strategische aanpak en de sectorale strategieën zoals beschreven in de meerjarige indicatieve planning van het begunstigde land worden vertaald in concrete maatregelen binnen de afdeling plattelandsontwikkeling;
d) een indicatief financieel overzicht van de financiële middelen die door het begunstigde land, door de Gemeenschap en eventueel door de particuliere sector beschikbaar worden gesteld voor elke maatregel voor plattelandsontwikkeling, alsmede het medefinancieringspercentage van de EU per zwaartepunt;
e) een beschrijving van de uit artikel 171 gekozen maatregelen, onder vermelding van:
— de eindbegunstigden;
— het geografische toepassingsgebied;
— de subsidiabiliteitscriteria;
— de criteria voor de rangschikking van geselecteerde projecten;
— indicatoren voor het toezicht;
— gekwantificeerde streefcijferindicatoren;
f) een beschrijving van de operationele structuur voor de uitvoering van het programma, met inbegrip van toezicht en evaluatie;
g) de namen van de autoriteiten en organen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma;
h) de resultaten van het overleg dat is gepleegd met en de regelingen die zijn getroffen voor de inschakeling van de relevante autoriteiten en organen en de relevante economische, sociale en milieupartners;
i) de resultaten en aanbevelingen van de evaluatie vooraf van het programma, waaronder een beschrijving van het gevolg dat de begunstigde landen aan deze aanbevelingen hebben gegeven.
3. De begunstigde landen zorgen ervoor dat in hun programma prioriteit wordt gegeven aan maatregelen tot uitvoering van de communautaire normen en ter verbetering van de marktwerking en maatregelen waarmee nieuwe werkgelegenheid op het platteland wordt geschapen.
4. De begunstigde landen zorgen ervoor dat hun programma in overeenstemming is met de meerjarige indicatieve planning.
5. Tenzij iets anders wordt overeengekomen met de Commissie, presenteren de begunstigde landen hun programmavoorstellen binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.