Art. 131 Verordening (EG) nr. 718/2007, Ontvankelijkheid van de aanvragen voor tussentijdse betalingen

Verordening (EG) nr. 718/2007

1. De Commissie verricht tussentijdse betalingen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) bij de Commissie is een betalingsaanvraag ingediend, alsmede een uitgavenstaat overeenkomstig artikel 124;

b) de Commissie heeft tijdens de volledige periode voor elk zwaartepunt niet meer uitbetaald dan het maximale bedrag aan bijstand uit de communautaire middelen als bepaald in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het grensoverschrijdende programma;

c) de beheersautoriteit heeft het meest recente jaarverslag over de uitvoering bij de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 112;

d) de Commissie heeft ten aanzien van activiteiten waarvoor de uitgaven overeenkomstig de betrokken betalingsaanvraag zijn gedeclareerd, geen met redenen omkleed advies in verband met een inbreuk uitgebracht op grond van artikel 226 van het Verdrag.

2. Indien niet is voldaan aan één of meer van de in lid 1 vermelde voorwaarden, stelt de Commissie de deelnemende landen en de certificeringsautoriteit daarvan uiterlijk binnen een maand in kennis, zodat de nodige stappen kunnen worden gedaan om de situatie te verhelpen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen