Art. 18 Verordening (EG) nr. 708/2007, Toezicht

Verordening (EG) nr. 708/2007

1. Uitheemse soorten blijven na hun uitzetting in open aquacultuurvoorzieningen onder toezicht gedurende een periode van twee jaar of, als dat langer is, de duur van een volledige generatiecyclus, om te beoordelen of de gevolgen juist zijn voorspeld en of er zich aanvullende of afwijkende gevolgen hebben voorgedaan. De graad van verspreiding of verspreidingsbeperking, wordt in het bijzonder bestudeerd. De bevoegde autoriteit besluit of de aanvrager over de nodige expertise beschikt, dan wel of een andere instantie met het toezicht moet worden belast.

2. Afhankelijk van het advies van het raadgevend comité kan de bevoegde autoriteit eisen dat de toezichtperioden worden verlengd om eventuele gevolgen voor het ecosysteem op langere termijn te bestuderen die moeilijk binnen de in lid 1 bedoelde periode kunnen worden opgespoord.

3. Het raadgevend comité beoordeelt de resultaten van het toezichtprogramma en noteert met name iedere gebeurtenis die niet correct is voorspeld in de milieurisicobeoordeling. De resultaten van die beoordeling worden toegezonden aan de bevoegde autoriteit die een samenvatting van de resultaten opneemt in het nationale register als bedoeld in artikel 23.