Art. 8 Verordening (EG) nr. 557/2007, Merken van eieren voor grensoverschrijdende levering

Verordening (EG) nr. 557/2007

1. Eieren die door een productie-inrichting aan een verzamelaar, een pakstation of een niet-levensmiddelenbedrijf in een andere lidstaat worden geleverd, worden gemerkt met de producentencode voordat zij de productie-inrichting verlaten.

2. Een lidstaat op het grondgebied waarvan de productie-inrichting is gevestigd, kan een vrijstelling van de eis in lid 1 toestaan wanneer een producent een leveringscontract heeft ondertekend met een pakstation in een andere lidstaat waar een merkplicht overeenkomstig deze verordening geldt. Een dergelijke vrijstelling kan slechts worden toegestaan op verzoek van beide betrokken marktdeelnemers en na voorafgaande goedkeuring van de lidstaat waar het pakstation is gevestigd. In dergelijke gevallen moet de verzending vergezeld gaan van een kopie van het leveringscontract.

3. De minimumlooptijd van in lid 2 bedoelde leveringscontracten bedraagt één maand.

4. De in artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1028/2006 bedoelde inspectiediensten van de betrokken lidstaten en van eventuele transitlidstaten worden op de hoogte gebracht voordat een vrijstelling in de zin van lid 2 van dit artikel wordt toegestaan.

5. Eieren van klasse B die in een andere lidstaat in de handel worden gebracht, worden gemerkt overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1028/2006, en dragen, in voorkomend geval, een vermelding overeenkomstig artikel 10 van deze verordening zodat zij gemakkelijk kunnen worden onderscheiden van eieren van klasse A.