Art. 4 Verordening (EG) nr. 341/2007, Categorieën van importeurs
1. In afwijking van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 moeten aanvragers van A-certificaten in de zin van artikel 5, lid 2, voldoen aan de relevante eisen zoals vastgesteld in de leden 2, 3 en 4 van het onderhavige artikel.
2. Onder „traditionele importeurs” wordt verstaan importeurs die kunnen bewijzen dat zij:
a) in elk van de voorgaande drie verstreken invoertariefcontingentsperioden invoercertificaten voor knoflook op grond van Verordening (EG) nr. 565/2002 van de Commissie of A-certificaten op grond van Verordening (EG) nr. 1870/2005 of van de onderhavige verordening hebben verkregen en gebruikt, en
b) gedurende de laatste verstreken invoertariefcontingentsperiode vóór hun aanvraag ten minste 50 ton groenten en fruit zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 in de Gemeenschap hebben ingevoerd.
Wat Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije betreft, geldt voor de invoertariefcontingentsperiode 2007/2008 dat:
a) punt a) van de eerste alinea niet van toepassing is, en
b) onder „invoer in de Gemeenschap” wordt verstaan invoer uit andere landen van oorsprong dan de lidstaten van de Gemeenschap in haar samenstelling op 31 december 2006.
Wat Bulgarije en Roemenië betreft, geldt voor de invoertariefcontingentsperioden 2007/2008, 2008/2009, 2009/2010 en 2010/2011 dat:
a) punt a) van de eerste alinea niet van toepassing is, en
b) onder „invoer in de Gemeenschap” wordt verstaan invoer uit andere landen van oorsprong dan de lidstaten van de Gemeenschap in haar samenstelling op 1 januari 2007.
3. Onder „nieuwe importeurs” wordt verstaan niet onder lid 2 vallende importeurs die in elk van de voorgaande twee verstreken invoertariefcontingentsperioden of in elk van de voorgaande twee kalenderjaren ten minste 50 ton groenten en fruit zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 in de Gemeenschap hebben ingevoerd.
Volgens objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de marktdeelnemers is gewaarborgd, kiezen de lidstaten een van de twee in de eerste alinea bedoelde methoden en passen zij die methode toe voor alle nieuwe importeurs.
4. Wanneer traditionele of nieuwe importeurs hun eerste invoercertificaataanvraag voor een bepaalde invoertariefcontingentsperiode indienen, leveren zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin zij zijn gevestigd en voor btw-doeleinden zijn geregistreerd, het bewijs dat aan de in lid 2 of 3 vastgestelde criteria is voldaan.
Het bewijs van handel met derde landen wordt uitsluitend geleverd door middel van de door de douaneautoriteiten naar behoren geviseerde douanedocumenten voor het vrije verkeer waarin de betrokken aanvrager wordt genoemd als de geadresseerde.