Art. 20 Verordening (EG) nr. 219/2007, Maatregelen tegen fraude
1. Ten aanzien van de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige handelingen is Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (4) van toepassing.
2. De gemeenschappelijke onderneming onderschrijft het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende interne onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (5) en stelt onverwijld de geëigende voor alle personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming geldende bepalingen vast.
3. De Rekenkamer en het OLAF kunnen zo nodig controles ter plaatse uitvoeren bij de begunstigden van financiële middelen van de gemeenschappelijke onderneming, alsook bij de personen die verantwoordelijk zijn voor de toekenning van deze middelen.