Art. 88 Richtlijn 2007/64/EG, Overgangsbepaling
1. Onverminderd Richtlijn 2005/60/EG of andere relevante communautaire wetgeving, bieden de lidstaten rechtspersonen die in overeenstemming met het nationale recht dat vóór 25 december 2007 van kracht was, de werkzaamheden van betalingsinstellingen in de zin van deze richtlijn hebben aangevangen, de gelegenheid deze werkzaamheden tot 30 april 2011 in de betrokken lidstaat zonder vergunning krachtens artikel 10 voort te zetten. Personen die niet binnen dit tijdsbestek een vergunning hebben gekregen, wordt het overeenkomstig artikel 29 verboden betalingsdiensten aan te bieden.
2. Niettegenstaande lid 1 wordt aan financiële instellingen die vóór 25 december 2007 overeenkomstig het nationale recht werkzaamheden genoemd in punt 4 van bijlage I bij Richtlijn 2006/48/EG zijn aangevangen en die voldoen aan de voorwaarden van artikel 24, lid 1, eerste alinea, onder e), van die richtlijn, vrijstelling van het vergunningsvereiste van artikel 10 verleend. Zij stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst evenwel vóór 25 december 2007 van deze werkzaamheden in kennis. Die kennisgeving bevat bovendien de gegevens die het bewijs leveren dat zij voldoen aan de vereisten van artikel 5, onder a), d), g) tot en met i), k) en l), van deze richtlijn. Indien de bevoegde autoriteiten ervan overtuigd zijn dat aan die vereisten wordt voldaan, krijgen de betrokken betalingsinstellingen een registerinschrijving overeenkomstig artikel 13 van deze richtlijn. De lidstaten kunnen toestaan dat hun bevoegde autoriteiten deze financiële instellingen vrijstellen van de vereisten van artikel 5.
3. De lidstaten kunnen bepalen dat de in lid 1 bedoelde rechtspersonen automatisch een vergunning krijgen en in het krachtens artikel 13 aangelegde register worden ingeschreven indien de bevoegde autoriteiten reeds over het bewijs beschikken dat de in de artikelen 5 en 10 gestelde eisen worden nageleefd. De bevoegde autoriteiten informeren de betrokken entiteiten alvorens hen een vergunning wordt verleend.
4. Onverminderd Richtlijn 2005/60/EG of andere relevante communautaire wetgeving, kunnen de lidstaten natuurlijke of rechtspersonen die in overeenstemming met het nationale recht dat vóór 25 december 2007 van kracht was, de werkzaamheden van betalingsinstellingen hebben aangevangen en voor een ontheffing krachtens artikel 26 in aanmerking komen, de mogelijkheid bieden deze werkzaamheden gedurende een overgangsperiode van niet meer dan drie jaar in de betrokken lidstaat zonder een ontheffing krachtens artikel 26 en zonder registerinschrijving krachtens artikel 13 voort te zetten. Personen die niet binnen dit tijdsbestek een ontheffing hebben gekregen, wordt het overeenkomstig artikel 29 verboden betalingsdiensten aan te bieden.