Art. 39 Richtlijn 2007/46/EG, Uitvoeringsmaatregelen voor en wijzigingen van deze richtlijn en de bijzondere richtlijnen en verordeningen

Richtlijn 2007/46/EG

1. De Commissie stelt de voor de uitvoering van de bepalingen van een bijzondere richtlijn of verordening vereiste maatregelen vast overeenkomstig de voorschriften van de desbetreffende bijzondere richtlijn of verordening vastgesteld.

2. De Commissie stelt wijzigingen vast van de bijlagen bij deze richtlijn of van de bepalingen van de in bijlage IV, deel I, genoemde bijzondere richtlijnen of verordeningen, die nodig zijn om deze aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis of aan de specifieke behoeften van personen met een handicap aan te passen.

3. De Commissie stelt wijzigingen vast van deze richtlijn die nodig zijn om technische voorschriften vast te stellen voor in kleine series gebouwde voertuigen, in het kader van een individuele goedkeuringsprocedure goedgekeurde voertuigen en voertuigen voor speciale doeleinden.

4. Wanneer de Commissie kennis krijgt van ernstige risico’s voor weggebruikers of voor het milieu die tot spoedmaatregelen nopen, kan zij de bepalingen van de in bijlage IV, deel I, genoemde bijzondere richtlijnen of verordeningen wijzigen.

5. De Commissie stelt wijzigingen vast die noodzakelijk zijn uit het oogpunt van goed bestuur, en in het bijzonder om te zorgen voor samenhang tussen de in bijlage IV, deel I, genoemde bijzondere richtlijnen of verordeningen onderling of tussen die richtlijnen of verordeningen en andere communautaire wetsteksten.

6. Wanneer uit hoofde van Besluit 97/836/EG nieuwe VN/ECE-reglementen of wijzigingen van bestaande VN/ECE-reglementen waartoe de Gemeenschap is toegetreden, worden aangenomen, wijzigt de Commissie de bijlagen bij deze richtlijn dienovereenkomstig.

7. Elke nieuwe bijzondere richtlijn of verordening bevat de passende wijzigingen van de bijlagen bij de onderhavige richtlijn.

8. De bijlagen bij deze richtlijn kunnen worden gewijzigd door middel van verordeningen.

9. De in dit artikel bedoelde maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, daar zij bedoeld zijn tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn of van de bijzondere richtlijnen en verordeningen, onder meer door aanvulling daarvan.