Art. 10 Besluit 2007/533/EG, Beveiliging — Lidstaten

Besluit 2007/533/EG

1. Elke lidstaat neemt voor zijn N.SIS II passende maatregelen, waartoe ook een beveiligingsplan behoort, opdat:

a) gegevens fysiek worden beschermd, onder meer door noodplannen voor kritieke infrastructuur;

b) onbevoegden de toegang tot de voor de verwerking van persoonsgegevens gebezigde gegevensverwerkingsfaciliteiten wordt ontzegd (controle op de toegang tot de faciliteiten);

c) voorkomen wordt dat gegevensdragers door onbevoegden kunnen worden gelezen, gekopieerd, veranderd of verwijderd (controle op gegevensdragers);

d) onbevoegde gegevensopslag in het geheugen, alsmede onbevoegde kennisneming, wijziging of verwijdering van opgeslagen persoonsgegevens worden voorkomen (controle op de opslag);

e) voorkomen wordt dat geautomatiseerde gegevensverwerkingssystemen door middel van gegevenstransmissieapparatuur door onbevoegden kunnen worden gebruikt (controle op de gebruikers);

f) degenen die bevoegd zijn om een systeem voor automatische gegevensverwerking te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend met persoonlijke en unieke gebruikersidentiteiten en geheime toegangsprocedures (controle op de toegang tot de gegevens);

g) wordt gewaarborgd dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot SIS II of tot faciliteiten voor gegevensverwerking, profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van personen die bevoegd zijn om gegevens in te zien, in te voeren, bij te werken, te wissen en te doorzoeken, en deze profielen desgevraagd onverwijld ter beschikking te stellen van de in artikel 60 bedoelde nationale controleautoriteiten (personeelsprofielen);

h) nagegaan en vastgesteld kan worden aan welke instanties persoonsgegevens door middel van gegevenstransmissieapparatuur kunnen worden overgedragen (controle op de overdracht);

i) naderhand kan worden nagegaan en vastgesteld welke persoonsgegevens wanneer, door wie en voor welk doel in een geautomatiseerd gegevensverwerkingssysteem zijn opgenomen (controle op de opneming);

j) wordt voorkomen, in het bijzonder door middel van passende versleutelingstechnieken, dat bij de overdracht van persoonsgegevens of vervoer van gegevensdragers de gegevens op onbevoegde wijze worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd (controle op het transport);

k) de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen doorlopend wordt gecontroleerd en met betrekking tot deze interne controle de nodige organisatorische maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de voorschriften van dit besluit worden nageleefd (interne controle).

2. De lidstaten nemen maatregelen, gelijkwaardig aan die vermeld in lid 1, met het oog op de beveiliging van de uitwisseling van aanvullende informatie.

Vorige artikelen

Volgende artikelen