Art. 50 Verordening (EG) nr. 1987/2006, Toetsing en statistieken
Verordening (EG) nr. 1987/2006
1. De beheersautoriteit zorgt ervoor dat er procedures voorhanden zijn om de resultaten, de kosteneffectiviteit, de beveiliging en de kwaliteit van de dienstverlening van SIS II te toetsen aan de doelstellingen.
2. Met het oog op het technische onderhoud en de opstelling van verslagen en statistieken, heeft de beheersautoriteit toegang tot de vereiste informatie over de in het centrale SIS II verrichte verwerkingshandelingen.
3. Elk jaar maakt de beheersautoriteit statistieken bekend over het aantal bestanden per signaleringscategorie, het aantal treffers per signaleringscategorie en het aantal keren dat SIS II is bevraagd, in de vorm van algemene statistieken en statistieken per lidstaat.
4. Twee jaar na de ingebruikneming van SIS II, en vervolgens om de twee jaar, legt de beheersautoriteit aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de technische werking van het centrale SIS II en de communicatie-infrastructuur, alsmede over de beveiliging ervan, en over de bilaterale en multilaterale uitwisseling van aanvullende informatie tussen de lidstaten.
5. Drie jaar na de ingebruikneming van SIS II, en vervolgens om de vier jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie op van het centrale SIS II en van de bilaterale en multilaterale uitwisseling van aanvullende informatie tussen de lidstaten. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, worden de toepassing van deze verordening ten aanzien van het centrale SIS II en de beveiliging van het centrale SIS II beoordeeld en wordt bekeken welke gevolgen een en ander heeft voor toekomstige werkzaamheden. De Commissie legt de verslagen over deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad.
6. De lidstaten verstrekken de beheersautoriteit en de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde verslagen op te stellen.
7. De beheersautoriteit verstrekt de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 5 bedoelde algemene evaluaties op te stellen.
8. Gedurende een overgangsperiode die voorafgaat aan de aanvang van de werkzaamheden van de beheersautoriteit, is de Commissie verantwoordelijk voor het opstellen en voorleggen van de in de leden 3 en 4 bedoelde verslagen.