Art. 16 Verordening (EG) nr. 1975/2006, Oppervlaktegebonden maatregelen

Verordening (EG) nr. 1975/2006

1. De grondslag voor de berekening van de steun in het kader van de oppervlaktegebonden maatregelen wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 50, leden 1, 3 en 7, van Verordening (EG) nr. 796/2004. Voor de toepassing van het onderhavige artikel worden de door een begunstigde aangegeven oppervlakten waarvoor de hoogte van de ontvangen steun dezelfde is, als één gewasgroep beschouwd.

2. Indien de met het oog op betaling in het kader van een oppervlaktegebonden maatregel aangegeven oppervlakte groter is dan de overeenkomstig artikel 50, lid 3, van Verordening (EG) nr. 796/2004 geconstateerde oppervlakte, wordt de steun berekend op basis van de geconstateerde oppervlakte, verminderd met tweemaal het vastgestelde verschil indien dat verschil meer dan 3 % van de geconstateerde oppervlakte of meer dan twee hectare, maar niet meer dan 20 % van de geconstateerde oppervlakte bedraagt.

Bedraagt het verschil meer dan 20 % van de geconstateerde oppervlakte, dan wordt voor de betrokken oppervlaktegebonden maatregel geen steun toegekend.

3. Indien de aangegeven oppervlakte meer dan 30 % groter is dan de overeenkomstig artikel 50, lid 3, van Verordening (EG) nr. 796/2004 geconstateerde oppervlakte, wordt de begunstigde uitgesloten van het ontvangen van de steun waarop hij overeenkomstig dat lid 3 voor het betrokken kalenderjaar in het kader van de betrokken maatregelen aanspraak had kunnen maken.

Bedraagt het verschil meer dan 50 %, dan wordt de begunstigde bovendien uitgesloten van het ontvangen van steun voor een bedrag gelijk aan het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen de aangegeven oppervlakte en de overeenkomstig artikel 50, lid 3, van Verordening (EG) nr. 796/2004 geconstateerde oppervlakte.

4. In afwijking van lid 2 en lid 3, eerste alinea, van het onderhavige artikel worden voor begunstigden in de lidstaten die de bij artikel 143 ter van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde regeling inzake één enkele areaalbetaling toepassen, de toe te passen kortingen en uitsluitingen berekend overeenkomstig artikel 138, lid 1, eerste en tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1973/2004 van de Commissie (6).

5. Indien verschillen tussen de aangegeven oppervlakte en de overeenkomstig artikel 50, lid 3, van Verordening (EG) nr. 796/2004 geconstateerde oppervlakte het gevolg zijn van opzettelijk begane onregelmatigheden, wordt de begunstigde uitgesloten van de steun waarop hij overeenkomstig dat lid 3 voor het betrokken ELFPO-jaar in het kader van de betrokken oppervlaktegebonden maatregel aanspraak had kunnen maken.

6. Het bedrag dat voortvloeit uit de in lid 3, tweede alinea, en lid 5 bedoelde uitsluitingen wordt verrekend met de steunbetalingen in het kader van welke van de onder Verordening (EG) nr. 1698/2005 of Verordening (EG) nr. 1782/2003 vallende steunmaatregelen dan ook waarop de betrokken begunstigde aanspraak kan maken op grond van de aanvragen die hij indient in de drie kalenderjaren volgende op het kalenderjaar van de betrokken bevinding. Kan het bedrag met die steunbetalingen niet volledig worden verrekend, dan komt het nog uitstaande saldo te vervallen.