Art. 10 Verordening (EG) nr. 1975/2006, Algemene beginselen
Verordening (EG) nr. 1975/2006
1. De steunaanvragen en de latere betalingsaanvragen worden gecontroleerd op een wijze die garandeert dat doeltreffend wordt nagegaan of is voldaan aan de voorwaarden voor de toekenning van de steun.
2. De lidstaten bepalen passende methoden en middelen om voor elke steunmaatregel na te gaan of aan de voorwaarden voor de toekenning van de steun is voldaan.
3. De lidstaten maken gebruik van het in titel II, hoofdstuk 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde geïntegreerd beheers- en controlesysteem (hierna „GBCS” genoemd).
4. Om na te gaan of aan de subsidiabiliteitscriteria is voldaan, worden administratieve controles en controles ter plaatse verricht.
5. Om na te gaan of de randvoorwaarden worden nageleefd, worden controles ter plaatse en, waar dat dienstig is, administratieve controles verricht.
6. Gedurende de periode waarop een verbintenis betrekking heeft, mogen de percelen waarvoor de steun wordt verleend, niet door andere worden vervangen tenzij het programma voor plattelandsontwikkeling specifiek daarin voorziet.