Art. 2 Verordening (EG) nr. 1974/2006

Verordening (EG) nr. 1974/2006

1. De in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde coherentie wordt gewaarborgd:

a) tussen enerzijds de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling en anderzijds de maatregelen die worden uitgevoerd in het kader van de andere steuninstrumenten van de Gemeenschap, waaronder in het bijzonder de op grond van de regelingen voor rechtstreekse en andere steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid uitgevoerde maatregelen en de maatregelen op het gebied van de gezondheid van dieren en planten;

b) tussen de verschillende steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling onderling.

2. Wanneer steun op grond van Verordening (EG) nr. 1698/2005 overeenkomstig artikel 5, lid 6, van die verordening bij uitzondering mag worden verleend voor maatregelen die vallen binnen de werkingssfeer van de in bijlage I bij de onderhavige verordening genoemde steunregelingen, zorgen de lidstaten ervoor dat een begunstigde voor een bepaalde concrete actie slechts op grond van één regeling steun kan ontvangen.

Wanneer de lidstaten in hun programma's voor plattelandsontwikkeling maatregelen opnemen die dergelijk uitzonderingen bevatten, beschrijven zij daartoe in die programma's de criteria en administratieve voorschriften die zij voor de betrokken steunregelingen zullen toepassen.

3. Indien in het kader van een uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde gemeenschappelijke marktordening, inclusief de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening, productiebeperkingen of beperkingen op communautaire steunverlening gelden op het niveau van individuele landbouwers, landbouwbedrijven of verwerkende bedrijven, wordt in het kader van Verordening (EG) nr. 1698/2005 geen steun verleend voor investeringen waardoor de productie zou uitkomen boven het op grond van die beperkingen toegestane niveau.