Art. 23 Verordening (EG) nr. 1924/2006, Vrijwaringsmaatregelen
Verordening (EG) nr. 1924/2006
1. Indien een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een claim niet aan deze verordening voldoet of dat de in artikel 6 bedoelde wetenschappelijke onderbouwing ervan ontoereikend is, kan die lidstaat het gebruik van die claim op zijn grondgebied tijdelijk opschorten.
Hij stelt de andere lidstaten en de Commissie daarvan, onder opgave van redenen, in kennis.
2. Over de claim wordt een besluit genomen volgens de procedure van artikel 24, lid 2, in voorkomend geval na raadpleging van de Autoriteit.
De Commissie kan deze procedure op eigen initiatief inleiden.
3. De in lid 1 bedoelde lidstaat kan de opschorting handhaven totdat hem kennis is gegeven van het in lid 2 bedoelde besluit.