Art. 5, Aanvragers
Aanvragers dienen als het hun eerste aanvraag voor een bepaalde invoertariefcontingentsperiode betreft, bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin zij zijn gevestigd en voor btw-doeleinden zijn geregistreerd, de in artikel 6, lid 1, bedoelde aanvraag in samen met het bewijs dat zij op het tijdstip waarop hun aanvraag wordt ingediend, werkzaam zijn geweest op het gebied van de handel met derde landen in producten die onder de betrokken gemeenschappelijke marktordening vallen:
— gedurende de periode van twaalf maanden die onmiddellijk voorafging aan het tijdstip van indiening van die aanvraag, en
— gedurende de periode van twaalf maanden die onmiddellijk voorafging aan de in het eerste streepje bedoelde periode van twaalf maanden.
Het bewijs van de handel met derde landen wordt uitsluitend geleverd door middel van hetzij de door de douaneautoriteiten naar behoren geviseerde douanedocumenten voor het vrije verkeer waarin de betrokken aanvrager wordt genoemd als de geadresseerde, hetzij de door de douaneautoriteiten naar behoren geviseerde douanedocumenten voor uitvoer.
Douane-expediteurs en douanevertegenwoordigers mogen in het kader van de onder deze verordening vallende contingenten geen invoercertificaten aanvragen.