Art. 71 Verordening (EG) nr. 1198/2006, Het opzetten van beheers- en controlesystemen
Verordening (EG) nr. 1198/2006
1. Vóór de indiening van de aanvraag voor de eerste tussentijdse betaling of uiterlijk binnen twaalf maanden te rekenen vanaf de goedkeuring van elk operationeel programma, dienen de lidstaten bij de Commissie een beschrijving van de systemen in, die met name betrekking heeft op de organisatie en de procedures van:
a) de beheersautoriteiten, de certificeringsautoriteiten en de bemiddelende instanties;
b) de auditautoriteit en de andere instanties die onder haar verantwoordelijkheid audits verrichten.
2. De in lid 1 bedoelde beschrijving gaat vergezeld van een verslag waarin de resultaten van een evaluatie van de instelling van de systemen zijn uiteengezet en een advies wordt gegeven over de conformiteit van die systemen met de artikelen 57 tot en met 61. Als in dit advies bezwaren worden gemaakt, worden in het verslag de tekortkomingen en de ernst daarvan aangegeven. De lidstaat stelt de Commissie in kennis van de te nemen correctiemaatregelen en van het tijdschema voor de uitvoering daarvan, en bevestigt vervolgens dat de maatregelen in kwestie zijn genomen en de overeenkomstige bezwaren zijn ingetrokken.
Het in de eerste alinea bedoelde verslag wordt geacht aanvaard te zijn, en de eerste tussentijdse betaling wordt verricht, in de volgende omstandigheden:
a) binnen drie maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verslag, indien het in de eerste alinea bedoelde advies geen bezwaren bevat en de Commissie geen opmerkingen heeft geformuleerd;
b) indien het advies bezwaren bevat, wanneer aan de Commissie is bevestigd dat voor de belangrijkste onderdelen van de systemen correctiemaatregelen zijn genomen en de overeenkomstige bezwaren zijn ingetrokken en, indien de Commissie binnen drie maanden, te rekenen vanaf de datum van bevestiging, geen bezwaren heeft gemaakt.
Indien de bezwaren slechts op één prioritair zwaartepunt betrekking hebben, wordt de eerste tussentijdse betaling verricht voor de prioritaire zwaartepunten waartegen geen bezwaren zijn gericht.
3. Het verslag en het advies als bedoeld in lid 2 worden opgesteld door de auditautoriteit of door een functioneel van de beheersautoriteit en de certificeringsautoriteit onafhankelijke particuliere of overheidsinstantie die haar werkzaamheden uitvoert rekening houdend met internationaal aanvaarde auditnormen.