Art. 61 Verordening (EG) nr. 1198/2006, Functies van de auditautoriteit

Verordening (EG) nr. 1198/2006

1. De voor een operationeel programma aangewezen auditautoriteit heeft met name tot taak:

a) erop toe te zien dat er audits worden verricht om na te gaan of het beheers- en controlesysteem van het operationele programma efficiënt functioneert;

b) erop toe te zien dat er aan de hand van een adequate steekproef audits op concrete acties worden verricht om de gedeclareerde uitgaven te verifiëren;

c) binnen negen maanden na de goedkeuring van het operationele programma de Commissie een auditstrategie voor te leggen die betrekking heeft op de instanties die de onder a) en b) bedoelde audits zullen uitvoeren, de te volgen methode, de methode voor de monsterneming voor de audits van concrete acties en de indicatieve planning van de audits die ervoor moet zorgen dat de belangrijkste instanties worden gecontroleerd en dat de audits gelijkelijk over de programmeringsperiode worden gespreid;

d) ervoor te zorgen dat de beheersautoriteit en de certificeringsautoriteit alle noodzakelijke informatie krijgen over de verrichte audits en controles;

e) van 2008 tot en met 2015 uiterlijk op 31 december van elk jaar:

i) een jaarlijks controleverslag voor te leggen aan de Commissie met de resultaten van de audits die gedurende de voorgaande twaalf maanden, eindigend op 30 juni van het betrokken jaar, overeenkomstig de auditstrategie met betrekking tot het operationele programma zijn verricht, en eventuele tekortkomingen in de beheers- en controlesystemen voor het programma te melden. Het eerste verslag, dat vóór 31 december 2008 moet worden voorgelegd, zal de periode van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2008 bestrijken. De informatie over de in de periode na 1 juli 2015 verrichte audits zal worden opgenomen in het laatste controleverslag dat de onder f) bedoelde verklaring van afsluiting vergezelt;

ii) op basis van de audits en controles die onder de verantwoordelijkheid van de auditautoriteit zijn verricht, advies uit te brengen over de vraag of het beheers- en controlesysteem voldoende efficiënt functioneert om een redelijke garantie te kunnen bieden omtrent de juistheid van de uitgavenstaten die dat jaar bij de Commissie zijn ingediend, alsmede, op grond daarvan, omtrent de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende transacties;

iii) in voorkomend geval uit hoofde van artikel 85 een verklaring van gedeeltelijke afsluiting af te geven met een beoordeling van de wettigheid en de regelmatigheid van de betrokken uitgaven;

f) uiterlijk op 31 maart 2017 bij de Commissie een afsluitingsverklaring in te dienen met een beoordeling van de deugdelijkheid van de aanvraag om betaling van het saldo, alsmede van de wettigheid en de regelmatigheid van de door de definitieve uitgavenstaat bestreken onderliggende transacties; een en ander gaat vergezeld van een definitief controleverslag.

2. De auditautoriteit ziet erop toe dat bij de auditwerkzaamheden rekening wordt gehouden met internationaal aanvaarde auditnormen.

3. Indien de in lid 1, onder a) en b), bedoelde audits en controles worden uitgevoerd door een andere instantie dan de auditautoriteit, ziet de auditautoriteit erop toe dat deze instanties de nodige functionele onafhankelijkheid hebben.

4. De Commissie maakt haar opmerkingen over de krachtens lid 1, onder c), voorgelegde auditstrategie uiterlijk drie maanden na ontvangst ervan. Bij gebreke van opmerkingen binnen deze periode wordt de auditstrategie geacht te zijn aanvaard.