Art. 55 Verordening (EG) nr. 1198/2006, Subsidiabiliteit van de uitgaven
Verordening (EG) nr. 1198/2006
1. Uitgaven komen voor een bijdrage uit het EVF in aanmerking indien zij daadwerkelijk door de begunstigde zijn betaald tussen de datum waarop het operationele programma is ingediend bij de Commissie of 1 januari 2007, naargelang welke datum vroeger valt, en 31 december 2015. De medegefinancierde concrete acties mogen niet vóór de begindatum van de subsidiabiliteit zijn voltooid.
2. In afwijking van lid 1 kunnen bijdragen in natura, afschrijvingskosten en algemene kosten onder de volgende voorwaarden worden beschouwd als uitgaven die de begunstigden voor de uitvoering van concrete acties hebben betaald:
a) de in lid 4 opgenomen subsidiabiliteitsregels bepalen dat deze uitgaven subsidiabel zijn;
b) het bedrag van de uitgaven wordt verantwoord door boekhoudkundige stukken met dezelfde bewijskracht als facturen;
c) voor bijdragen in natura bedraagt de cofinanciering uit het EVF niet meer dan het totaal van de subsidiabele uitgaven met uitsluiting van de waarde van deze bijdragen.
3. Uitgaven komen slechts voor een bijdrage uit het EVF in aanmerking als zij zijn gedaan voor concrete acties waartoe door de beheersautoriteit is besloten volgens de vooraf door het toezichtcomité vastgestelde criteria.
Nieuwe uitgaven die worden toegevoegd bij een wijziging van een operationeel programma als bedoeld in artikel 18, zijn subsidiabel vanaf de datum waarop het verzoek tot wijziging van het operationele programma bij de Commissie is ingediend.
4. De regels inzake de subsidiabiliteit van de uitgaven worden op nationaal niveau vastgesteld onder voorbehoud van de bij deze verordening vastgestelde uitzonderingen. Zij zijn van toepassing op alle overheidsuitgaven die in het kader van het betrokken operationele programma worden aangemeld.
5. De volgende uitgaven zijn niet subsidiabel:
a) BTW, met uitzondering van niet-terugvorderbare BTW die werkelijk en definitief wordt gedragen door een andere begunstigde dan een niet-belastingplichtige persoon in de zin van artikel 4, lid 5, eerste alinea, van de Zesde Richtlijn 77/388//EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (22);
b) debetrente, onverminderd lid 8;
c) aankoop van land voor een bedrag van meer dan 10 % van de totale subsidiabele uitgaven voor de betrokken operatie;
d) huisvesting.
6. De leden 1, 3 en 4 laten het bepaalde in artikel 46, lid 1, onverlet.
7. In het geval van operaties waarbij geen uitgaven ten laste komen van de begunstigde, geldt de aan de begunstigde betaalde overheidssteun als uitgaven die in aanmerking komen voor een bijdrage uit het EVF.
8. Onverminderd lid 5, onder b), mag de bijdrage uit het EVF worden verleend in een andere vorm dan niet-terugvorderbare rechtstreekse bijstand. Nadere uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld volgens de in artikel 101, lid 3, bedoelde procedure.