Art. 3 Verordening (EG) nr. 1198/2006, Definities
Verordening (EG) nr. 1198/2006
In deze verordening wordt verstaan onder:
a) „visserijsector”: de economische sector bestaande in al hetgeen productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten inhoudt;
b) „visser”: persoon die de beroepsvisserij uitoefent aan boord van een in bedrijf zijnd vissersvaartuig, zoals erkend door de betrokken lidstaat;
c) „vissersvaartuig”: vaartuig in de zin van artikel 3, onder c), van Verordening (EG) nr. 2371/2002;
d) „aquacultuur”: de kweek of teelt van aquatische organismen, waarbij technieken worden gebruikt om de aangroei van de betrokken organismen te verhogen tot boven de natuurlijke capaciteiten van het milieu; deze organismen blijven in de gehele fase van de kweek of de teelt, tot en met de oogst, eigendom van een natuurlijke persoon of rechtspersoon;
e) „visserijgebied”: een gebied aan de kust van een zee of een meer of met vijvers of een riviermonding, en met een belangrijke werkgelegenheid in de visserijsector;
f) „kleine, middelgrote en micro-ondernemingen”: kleine, middelgrote en micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (6);
g) „operationeel programma”: het door de lidstaat opgestelde en door de Commissie goedgekeurde enkelvoudig document waarin een coherente reeks prioritaire zwaartepunten is opgenomen die met steun uit het EVF moeten worden verwezenlijkt;
h) „programmering”: het proces van organisatie, besluitvorming en financiering dat in verscheidene fasen plaatsvindt en tot doel heeft op meerjarenbasis uitvoering te geven aan het gezamenlijke optreden van de Gemeenschap en de lidstaten ter verwezenlijking van de prioritaire doelstellingen van het EVF;
i) „prioritair zwaartepunt”: één van de prioriteiten in een operationeel programma, bestaande uit een groep samenhangende maatregelen met meetbare specifieke doelstellingen;
j) „maatregel”: een reeks concrete acties ter uitvoering van een prioritair zwaartepunt;
k) „concrete actie”: een volgens de door het comité van toezicht vastgestelde criteria geselecteerd project dat door een of meer begunstigden wordt uitgevoerd en dat de verwezenlijking mogelijk maakt van de doelstellingen van het prioritaire zwaartepunt waarmee het verband houdt;
l) „begunstigde”: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de overheidssteun uiteindelijk ontvangt;
m) „overheidsuitgaven”: elke overheidsbijdrage aan de financiering van concrete acties die afkomstig is uit de begroting van de staat, van een regionale of plaatselijke overheid of van de Europese Gemeenschappen en elke soortgelijke uitgave. Elke bijdrage aan de financiering van concrete acties die afkomstig is uit de begroting van publiekrechtelijke instellingen of verenigingen van een of meer regionale of plaatselijke overheden of publiekrechtelijke instellingen die handelen overeenkomstig Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (7) wordt beschouwd als een overheidsbijdrage;
n) „convergentiedoelstelling”: de doelstelling van het optreden ten behoeve van de minst ontwikkelde lidstaten en regio's overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (8);
o) „non-convergentiedoelstelling”: heeft betrekking op de lidstaten en de regio's die niet onder de convergentiedoelstelling zoals omschreven onder n) vallen;
p) „bemiddelende instantie”: elke overheids- of privé-instantie of -dienst die handelt onder de verantwoordelijkheid van een beheers- of certificeringsautoriteit of die namens een dergelijke autoriteit taken verricht ten behoeve van begunstigden die concrete acties uitvoeren;
q) „onregelmatigheid”: elke inbreuk op een bepaling van het Gemeenschapsrecht als gevolg van een handeling of nalatigheid van een marktdeelnemer waarbij de algemene begroting van de Europese Unie door een onverschuldigde uitgave wordt of zou worden benadeeld.