Art. 6 Verordening (EG) nr. 1085/2006, Planning van de steunverlening

Verordening (EG) nr. 1085/2006

1. Pretoetredingssteun uit hoofde van deze verordening wordt verleend op basis van indicatieve meerjarenplannen per land die in nauw overleg met de nationale autoriteiten worden opgesteld om de nationale strategieën te ondersteunen en de inzet en de betrokkenheid van het desbetreffende land te waarborgen. Het maatschappelijk middenveld en de andere belanghebbenden zullen hierbij in voorkomend geval worden betrokken. Er zal tevens rekening worden gehouden met andere bijstandprogramma's.

2. Voor de landen van bijlage I wordt de pretoetredingssteun met name gebaseerd op de toetredingspartnerschappen. De steun heeft betrekking op de prioriteiten en de algemene strategie zoals vastgesteld aan de hand van een regelmatige analyse van de situatie in de afzonderlijke landen, en waarop de aandacht moet worden geconcentreerd tijdens de voorbereidingen op de toetreding. De planning van de steun vindt plaats volgens de door de Europese Raad van Kopenhagen in juni 1993 vastgestelde criteria en in het licht van de voortgang bij de aanneming en uitvoering van het acquis communautaire, alsmede de regionale samenwerking.

3. Voor de landen van bijlage II wordt de pretoetredingssteun met name gebaseerd op de Europese partnerschappen. De steun heeft betrekking op de prioriteiten en de algemene strategie zoals vastgesteld aan de hand van een regelmatige analyse van de situatie in de afzonderlijke landen en waarop de aandacht moet worden geconcentreerd tijdens de voorbereidingen op de verdere integratie in de Europese Unie. De planning van de steun vindt plaats volgens de door de Europese Raad van Kopenhagen in juni 1993 vastgestelde criteria en in het licht van de voortgang bij de uitvoering van de stabilisatie en associatie-overeenkomsten, inclusief regionale samenwerking.

4. De indicatieve meerjarenplannen bevatten indicatieve toewijzingen voor de belangrijkste prioriteiten van elke afdeling, rekening houdend met de in het indicatieve financiële meerjarenprogramma voorgestelde indicatieve verdeling per land en per afdeling. Indien nodig bevatten zij ook gegevens omtrent de financiering van meerjarenprogramma's en horizontale initiatieven.

5. De indicatieve meerjarenplannen worden opgesteld voor een tijdvak van drie jaar. Zij worden jaarlijks geëvalueerd.

6. De Commissie stelt de indicatieve meerjarenplannen en de jaarlijkse evaluaties daarvan vast volgens de procedure van artikel 14, lid 2, onder a).

Vorige artikelen

Volgende artikelen