Art. 96 Verordening (EG) nr. 1083/2006, Uitzonderingen op de ambtshalve te verrichten doorhaling

Verordening (EG) nr. 1083/2006

Bij de berekening van de ambtshalve door te halen bedragen worden niet meegerekend:

a) het gedeelte van de vastleggingen waarvoor uiterlijk op 31 december van het tweede of het derde jaar na het jaar van de vastlegging als bedoeld in artikel 93 en overeenkomstig de artikelen 91 en 92 een betalingsaanvraag is ingediend, maar waarvoor de Commissie de vergoeding heeft uitgesteld of geschorst. Wanneer het probleem dat aanleiding heeft gegeven tot het uitstel of de schorsing van de betaling, is opgelost, wordt de regeling inzake de ambtshalve te verrichten doorhaling toegepast op het betrokken deel van de vastlegging;

b) het gedeelte van de vastleggingen waarvoor een betalingsaanvraag is ingediend maar waarvoor de vergoeding is gemaximeerd, met name vanwege een gebrek aan begrotingsmiddelen;

c) het gedeelte van de vastleggingen waarvoor geen ontvankelijke betalingsaanvraag kon worden ingediend wegens overmacht, voorzover deze situatie ernstige repercussies had voor de uitvoering van het operationele programma. De nationale autoriteiten die zich op overmacht beroepen, moeten de rechtstreekse gevolgen van de overmachtsituatie voor de uitvoering van het hele operationele programma of van een deel daarvan aantonen.