Art. 11 Verordening (EG) nr. 1083/2006, Partnerschap
Verordening (EG) nr. 1083/2006
1. De doelstellingen van de fondsen worden nagestreefd in het kader van nauwe samenwerking, hierna partnerschap te noemen, tussen de Commissie en de lidstaat. De lidstaat organiseert in voorkomend geval, overeenkomstig de huidige nationale voorschriften en gebruiken, een partnerschap met autoriteiten en instanties als:
a) de bevoegde regionale, plaatselijke, stedelijke en andere overheden;
b) de economische en sociale partners;
c) andere geschikte instanties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen, milieupartners, niet-gouvernementele organisaties, en instanties die tot taak hebben de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen.
Elke lidstaat wijst de meest representatieve partners op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau en op economisch, sociaal-maatschappelijk en milieugebied en andere gebieden aan, hierna de „partners” genoemd, in overeenstemming met de nationale voorschriften en gebruiken, waarbij hij er rekening mee houdt dat de gelijkheid van vrouwen en mannen moet worden bevorderd, en dat tot duurzame ontwikkeling moet worden bijgedragen door integratie van de eisen betreffende milieubescherming- en verbetering.
2. Het partnerschap wordt uitgeoefend met volledige inachtneming van de respectieve institutionele, juridische en financiële bevoegdheden van elke afzonderlijke categorie partners als bedoeld in lid 1.
Het partnerschap heeft betrekking op de voorbereiding en de uitvoering van, het toezicht op en de evaluatie van de operationele programma's. De lidstaten betrekken in voorkomend geval alle relevante partners, en met name de regio's, bij de verschillende stadia van de programmering, met inachtneming van de voor elk stadium vastgestelde termijn.
3. Elk jaar raadpleegt de Commissie de verenigingen die de economische en sociale partners op Europees niveau vertegenwoordigen, over de bijstandsverlening uit de fondsen.