Art. 58 Verordening (EG) nr. 1013/2006, Wijziging van de bijlagen

Verordening (EG) nr. 1013/2006

1. De bijlagen kunnen door de Commissie worden aangepast aan de laatste wetenschappelijke en technische inzichten door middel van verordeningen en overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 18, lid 3, van Richtlijn 2006/12/EG. Daarnaast:

a) worden de bijlagen I, II, III, III A, IV en V aangepast aan de wijzigingen die in het kader van het Verdrag van Bazel en van het OESO-besluit zijn overeengekomen; voorts wordt bijlage I C over specifieke instructies voor het invullen van de kennisgevings‐ en vervoersdocumenten ten laatste op de datum van toepassing van deze verordening aangevuld, met inachtneming van de OESO-instructies;

b) mogen niet-ingedeelde soorten afvalstoffen voorlopig worden toegevoegd aan bijlage III B, IV of V in afwachting van een besluit tot opneming in de desbetreffende bijlagen van het Verdrag van Bazel of het OESO-besluit;

c) mag, in afwachting van een besluit tot opneming in de desbetreffende bijlagen van het Verdrag van Bazel of het OESO-besluit voor mengsels van twee of meer groene soorten afvalstoffen van bijlage III op verzoek van een lidstaat worden overwogen die mengsels voorlopig in de in artikel 3, lid 2, genoemde gevallen toe te voegen aan bijlage III A. De oorspronkelijke codes van bijlage III A worden indien mogelijk ingevoegd voor de datum waarop deze verordening van toepassing wordt en ten laatste zes maanden na die datum. Bijlage III A kan de bepaling bevatten dat één of meer van de codes daarin niet van toepassing zijn op uitvoer naar landen waarvoor het OESO-besluit niet geldt;

d) worden de in artikel 3, lid 3, bedoelde uitzonderlijke gevallen vastgesteld, en worden, indien noodzakelijk, de betreffende afvalstoffen toegevoegd aan de bijlagen IV A en V, en geschrapt uit bijlage III;

e) wordt bijlage V aangepast aan de wijzigingen in de lijst van gevaarlijke afvalstoffen die overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG zijn vastgesteld;

f) wordt bijlage VIII aangepast aan de desbetreffende internationale overeenkomsten en akkoorden.

2. Bij wijzigingen in bijlage IX wordt het comité dat is ingesteld bij Richtlijn 91/692/EEG van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering van de verslagen over de toepassing van bepaalde Richtlijnen op milieugebied (22) volledig bij de besluitvorming betrokken.

3. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen