Art. 3 Verordening (EG) nr. 765/2006
1. De in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:
a) nodig zijn ter dekking van de basisbehoeften van de in bijlage I genoemde personen en de familieleden die van hen afhankelijk zijn, zoals voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of openbare nutsvoorzieningen,
b) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten, of
c) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor alleen het houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen.
2. Indien de in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten vaststellen dat de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen nodig is voor buitengewone uitgaven, stellen zij de andere bevoegde autoriteiten en de Commissie ten minste twee weken vóór die toestemming in kennis van de gronden waarop zij van mening zijn dat die moet worden verleend, zodat zij vooraf de mening van die anderen over de ontwerptoestemming kunnen horen. Twee weken na deze inkennisstelling kunnen zij toestemming verlenen om bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen vrij te geven of beschikbaar te stellen, onder voorwaarden die zij passend achten.
3. De betrokken bevoegde autoriteiten stellen de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van dit artikel verleende toestemming.