Art. 24 Verordening (EG) nr. 562/2006, Procedure voor voorzienbare gebeurtenissen

Verordening (EG) nr. 562/2006

1. Wanneer een lidstaat de herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen overweegt op grond van artikel 23, lid 1, stelt hij de andere lidstaten en de Commissie daarvan zo spoedig mogelijk in kennis en verstrekt hij de volgende informatie zodra deze beschikbaar komt:

a) de redenen voor de voorgenomen herinvoering, waarbij wordt aangegeven welke gebeurtenissen een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid inhouden;

b) de draagwijdte van de voorgenomen herinvoering, waarbij wordt aangegeven waar de grenscontrole wordt heringevoerd;

c) de namen van de aangewezen grensdoorlaatposten;

d) de datum en de duur van de voorgenomen herinvoering;

e) in voorkomend geval, de maatregelen die de andere lidstaten zouden moeten treffen.

2. Na de kennisgeving van de betrokken lidstaat kan de Commissie, met het oog op het in lid 3 bedoelde overleg, een advies uitbrengen, onverminderd artikel 64, lid 1, van het Verdrag.

3. Over de in lid 1 bedoelde informatie en het advies dat de Commissie overeenkomstig lid 2 kan uitbrengen, wordt door de lidstaat die de herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen overweegt, met de overige lidstaten, en de Commissie overleg gepleegd, met name om eventueel de nodige samenwerking tussen de lidstaten te organiseren en na te gaan of de maatregelen evenredig zijn met de gebeurtenissen die aanleiding geven tot de herinvoering van het grenstoezicht, alsmede om de bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid te onderzoeken.

4. Het in lid 3 bedoelde overleg vindt ten minste 15 dagen voor de geplande herinvoering van het grenstoezicht plaats.