Art. 2 Verordening (EG) nr. 320/2006, Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1) „isoglucose”: het uit glucose of glucosepolymeren verkregen product dat ten minste 10 gewichtspercenten fructose bevat, berekend op de droge stof;
2) „inulinestroop”: het onmiddellijk na hydrolyse van inuline of oligofructose verkregen product dat in droge toestand ten minste 10 % vrije fructose of fructose in de vorm van sacharose bevat, uitgedrukt in suiker/isoglucose-equivalent;
3) „sectorale overeenkomst”: een van de volgende vormen:
a) een overeenkomst die vóór het sluiten van de leveringscontracten op communautair niveau tot stand is gekomen tussen een groepering van nationale organisaties van ondernemingen enerzijds en een groepering van nationale organisaties van verkopers anderzijds,
b) een overeenkomst die vóór het sluiten van de leveringscontracten tot stand is gekomen tussen ondernemingen of een door de betrokken lidstaat erkende organisatie van ondernemingen enerzijds en een door de betrokken lidstaat erkende vereniging van verkopers anderzijds,
c) bij ontstentenis van een overeenkomst zoals bedoeld onder a) of b), de vennootschapsrechtelijke of coöperatiefrechtelijke bepalingen voorzover deze de levering van suikerbieten door de aandeelhouders of leden van een suiker producerende vennootschap of coöperatie regelen,
d) bij ontstentenis van een overeenkomst zoals bedoeld onder a) of b), de regeling die vóór het sluiten van de leveringscontracten tot stand is gekomen, mits de verkopers die met de regeling instemmen ten minste 60 % leveren van de totale hoeveelheid bieten die de onderneming koopt voor de productie van suiker in een of meer fabrieken;
4) „verkoopseizoen”: de periode die op 1 oktober begint en op 30 september van het volgende jaar eindigt. Het verkoopseizoen 2006/2007 begint bij wijze van uitzondering op 1 juli 2006;
5) „voltijdraffinaderij”: een productie-eenheid:
— waarvan de enige activiteit bestaat in de raffinage van ingevoerde ruwe rietsuiker
of
— die in het verkoopseizoen 2004/2005 ten minste 15 000 ton ingevoerde ruwe rietsuiker heeft geraffineerd;
6) „quotum”: ieder quotum voor de productie van suiker, isoglucose en inulinestroop dat aan een onderneming is toegekend overeenkomstig artikel, 7, lid 2, artikel 8, lid 1, artikel 9, leden 1 en 2, en artikel 11 van Verordening (EG) nr. 318/2006 van 20 februari 2006 betreffende de gemeenschappelijke ordening van de markt in de suikersector (8).