Art. 27 Verordening (EG) nr. 318/2006, Beheer van de invoer

Verordening (EG) nr. 318/2006

1. Om de nadelen voor de markt van de Gemeenschap die het gevolg kunnen zijn van de invoer van bepaalde in artikel 1, lid 1, genoemde producten, te voorkomen of te beperken, wordt, indien is voldaan aan de op grond van artikel 40, lid 1, onder e), vast te stellen voorwaarden, bij de invoer van een of meer van die producten tegen het in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde recht bovendien een aanvullend invoerrecht toegepast, tenzij die invoer de communautaire markt niet dreigt te verstoren of de gevolgen van het aanvullende invoerrecht niet in verhouding zouden staan tot het beoogde doel.

2. Op invoer tegen een prijs die lager is dan het niveau dat de Gemeenschap aan de Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft gemeld („reactieprijs”), kan een aanvullend invoerrecht worden toegepast.

De invoerprijs die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van dat aanvullende invoerrecht, wordt bepaald op basis van de cif-prijs bij invoer van de betrokken zending.

Daartoe worden de cif-prijzen bij invoer geverifieerd aan de hand van de representatieve prijzen voor het betrokken product op de wereldmarkt of op de communautaire invoermarkt voor dat product.

3. Indien het volume van de invoer in enig jaar waarin de in lid 1 bedoelde nadelen zich voordoen of dreigen zich voor te doen, groter is dan een op de markttoegang gebaseerd niveau („reactievolume”), waarbij onder markttoegang wordt verstaan de invoer als percentage van het betrokken interne verbruik in de voorgaande drie jaren, kan eveneens een aanvullend invoerrecht worden toegepast.

Vorige artikelen

Volgende artikelen