Art. 11 Verordening (EG) nr. 247/2006, Verenigbaarheid en coherentie
1. De in het kader van de steunprogramma’s genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het Gemeenschapsrecht en moeten stroken met de andere communautaire beleidstakken en de maatregelen ter uitvoering daarvan.
2. Er moet met name worden toegezien op de samenhang van de in het kader van de steunprogramma’s genomen maatregelen met de maatregelen ter uitvoering van andere instrumenten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met name de gemeenschappelijke marktordeningen, plattelandsontwikkeling, de kwaliteit van de producten, dierenwelzijn en milieubescherming.
Op grond van deze verordening kan met name geen enkele maatregel worden gefinancierd om steun te verlenen:
a) ter aanvulling van steun op grond van de in he kader van een gemeenschappelijke marktordening ingestelde premie- of steunregelingen, tenzij aan de hand van objectieve criteria wordt aangetoond dat een uitzondering noodzakelijk is;
b) voor onderzoeksprojecten, voor maatregelen ter ondersteuning van onderzoeksprojecten of voor maatregelen die voor communautaire financiering in aanmerking komen op grond van Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (19);
c) voor maatregelen die tot het toepassingsgebied behoren van Verordening (EG) nr. 1257/1999 en Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 (20) inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO).