Art. 6 Richtlijn 2006/126/EG, Fasering en gelijkwaardigheid van categorieën

Richtlijn 2006/126/EG

1. De afgifte van het rijbewijs hangt van de volgende voorwaarden af:

a) het rijbewijs voor de categorieën C1, C, D1 en D wordt slechts afgegeven aan bestuurders die reeds bevoegd zijn voor categorie B;

b) het rijbewijs voor de categorieën BE, C1E, CE, D1E en DE wordt slechts afgegeven aan bestuurders die reeds bevoegd zijn voor respectievelijk categorie B, C1, C, D1 of D.

2. De geldigheid van het rijbewijs wordt als volgt vastgesteld:

a) het rijbewijs voor de categorieën C1E, CE, D1E of DE is ook geldig voor het besturen van samenstellen van categorie BE;

b) het rijbewijs voor categorie CE is ook geldig voor categorie DE, zolang de houder bevoegd is voor categorie D;

c) het rijbewijs voor de categorieën CE of DE is ook geldig voor het besturen van samenstellen van respectievelijk de categorieën C1E en D1E;

d) rijbewijzen van alle categorieën zijn ook geldig voor voertuigen van categorie AM. Voor rijbewijzen die op zijn eigen grondgebied zijn afgegeven mag een lidstaat echter de gelijkwaardigheid voor categorie AM beperken tot de categorieën A1, A2 en A, indien de betreffende lidstaat voor het verkrijgen van een rijbewijs van categorie AM een praktisch examen verplicht stelt;

e) rijbewijzen voor de categorie A2 zijn ook geldig voor categorie A1;

f) het rijbewijs voor de categorie A, B, C of D is ook geldig voor respectievelijk de categorieën A1, A2, B1, C1 of D1.

3. Voor het verkeer op hun grondgebied kunnen de lidstaten de volgende rijbewijzen gelijkwaardig verklaren:

a) een rijbewijs van categorie B, voor gemotoriseerde driewielers met een vermogen van meer dan 15 kW, mits de houder van het rijbewijs van categorie B ten minste 21 jaar is;

b) een rijbewijs van categorie B, voor motorrijwielen van categorie A1.

Aangezien dit lid alleen van toepassing is op het eigen grondgebied, vermelden de lidstaten niet op het rijbewijs dat de houder deze voertuigen mag besturen.

4. De lidstaten kunnen, na raadpleging van de Commissie, machtiging verlenen voor het besturen op hun grondgebied van:

a) voertuigen van categorie D1 met een maximaal toegestane massa van 3 500 kg, gespecialiseerde inrichtingen voor het vervoer van gehandicapte passagiers daaronder niet begrepen), door bestuurders van ten minste 21 jaar die sedert ten minste twee jaar houder zijn van een rijbewijs van categorie B, op voorwaarde dat de betrokken voertuigen voor sociale doeleinden door niet-commerciële organisaties worden gebruikt en dat zij door vrijwilligers worden bestuurd;

b) voertuigen met een maximaal toegestane massa van meer dan 3 500 kg, door bestuurders van ten minste 21 jaar die sedert ten minste twee jaar houder zijn van een rijbewijs van categorie B, op voorwaarde dat de betrokken voertuigen hoofdzakelijk bestemd zijn stilstaand te worden gebruikt voor opleidings- of recreatiedoeleinden, dat zij voor sociale doeleinden door niet-commerciële organisaties worden gebruikt, dat zij zodanig zijn verbouwd dat zij niet kunnen worden gebruikt voor het vervoer van meer dan negen personen, noch voor het vervoer van allerlei goederen, behalve die welke strikt noodzakelijk zijn voor het beoogde gebruik.