Art. 9 Richtlijn 2006/95/EG

Richtlijn 2006/95/EG

1. Indien een lidstaat om veiligheidsredenen het op de markt brengen van elektrisch materiaal verbiedt of het vrije verkeer ervan belemmert, stelt hij de overige betrokken lidstaten en de Commissie onverwijld daarvan in kennis en deelt daarbij de beweegredenen van zijn beslissing mede en geeft onder meer aan:

a) of het niet voldoen aan artikel 2 het gevolg is van een leemte in de in artikel 5 bedoelde geharmoniseerde normen, in de in artikel 6 bedoelde bepalingen, of in de in artikel 7 bedoelde normen;

b) of het niet voldoen aan artikel 2 het gevolg is van het slecht toepassen van genoemde normen of publicaties of van het niet naleven van de in dat artikel bedoelde regels van goed vakmanschap.

2. Indien andere lidstaten bezwaren inbrengen tegen de beslissing, bedoeld in lid 1, treedt de Commissie onverwijld in overleg met de betrokken lidstaten.

3. Indien binnen drie maanden na de datum van de kennisgeving, bedoeld in lid 1, geen overeenstemming is bereikt, wint de Commissie het advies in van één van de overeenkomstig artikel 11, eerste alinea, onder b), medegedeelde organen dat zijn zetel buiten het grondgebied van de betrokken lidstaten heeft, en niet is opgetreden in het kader van de procedure van artikel 8. In het advies wordt aangegeven in hoeverre de bepalingen van artikel 2 niet zijn nageleefd.

4. De Commissie deelt het advies van het in lid 3 bedoelde orgaan mede aan alle lidstaten; binnen een maand kunnen deze hun op- en aanmerkingen aan de Commissie doen toekomen. De Commissie neemt terzelfder tijd van de op- en aanmerkingen van de betrokken partijen ten aanzien van genoemd advies kennis.

5. Na kennis genomen te hebben van deze op- en aanmerkingen kan de Commissie eventueel de dienstige aanbevelingen of adviezen formuleren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen