Art. 21 Richtlijn 2006/66/EG, Markering
1. De lidstaten zien erop toe dat alle batterijen, accu's en batterijpakken op passende wijze worden voorzien van het in bijlage II afgedrukte symbool.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat uiterlijk op 26 september 2009 op alle draagbare batterijen en accu's en autobatterijen en -accu's de capaciteit ervan zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar wordt vermeld. Gedetailleerde regels aangaande de tenuitvoerlegging van deze eis, met inbegrip van geharmoniseerde testmethoden voor de bepaling van de capaciteit en het geschikte gebruik, worden uiterlijk op 26 maart 2009 vastgelegd volgens de in artikel 24, lid 2, vermelde procedure.
3. Batterijen, accu's en knoopcellen die meer dan 0,0005 % kwik, meer dan 0,002 % cadmium of meer dan 0,004 % lood bevatten, worden voorzien van het chemische symbool van het metaal in kwestie: Hg, Cd of Pb. Het symbool voor het gehalte aan zware metalen wordt onder het in bijlage II afgebeelde symbool afgedrukt en beslaat een oppervlakte van minstens een kwart van de afmetingen van dat symbool.
4. Het in bijlage II afgebeelde symbool beslaat ten minste 3 % van de oppervlakte van de grootste zijde van de batterij, de accu of het batterijpak, tot maximaal 5 × 5 cm. In het geval van cilindrische cellen beslaat het symbool ten minste 1,5 % van de oppervlakte van de batterij of de accu, tot maximaal 5 × 5 cm.
5. Indien de afmetingen van de batterij, de accu of het batterijpak dusdanig zijn dat het symbool kleiner zou zijn dan 0,5 × 0,5 cm, behoeft de batterij, de accu of het batterijpak niet te worden gekenmerkt, maar wordt een symbool van ten minste 1 × 1 cm op de verpakking afgedrukt.
6. De symbolen worden op zichtbare, leesbare en onuitwisbare wijze aangebracht.
7. Vrijstellingen van de markeringsvoorschriften van dit artikel kunnen worden verleend volgens de procedure van artikel 24, lid 2.