Art. 48 Richtlijn 2006/48/EG
1. Onverminderd de artikelen 44 tot en met 46 kunnen de lidstaten toestaan dat uitwisseling van informatie plaatsvindt tussen de bevoegde autoriteiten en:
a) de autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de instanties die betrokken zijn bij de liquidatie en het faillissement van kredietinstellingen en andere soortgelijke procedures; en
b) de autoriteiten die belast zijn met het toezicht op personen die belast zijn met de wettelijke controle van de rekeningen van verzekeringsondernemingen, kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en andere financiële instellingen.
In dergelijke gevallen eisen de lidstaten dat minimaal aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de informatie moet bestemd zijn voor de uitoefening van de in de eerste alinea bedoelde toezichthoudende taken;
b) de in dit verband ontvangen informatie dient onder het in artikel 44, lid 1, bedoelde beroepsgeheim te vallen; en
c) gegevens die afkomstig zijn van een andere lidstaat mogen alleen worden doorgegeven met de uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde autoriteiten die de gegevens hebben medegedeeld, en in voorkomend geval alleen worden gebruikt voor de doeleinden waarmede deze autoriteiten ingestemd hebben.
De lidstaten delen de Commissie en de overige lidstaten de identiteit mede van de autoriteiten die op grond van dit lid informatie mogen ontvangen.
2. Onverminderd de artikelen 44 tot en met 46 kunnen de lidstaten, ter versterking van de stabiliteit van het financiële stelsel alsmede de integriteit ervan, toestaan dat uitwisseling van informatie plaatsvindt tussen de bevoegde autoriteiten en de autoriteiten of instanties die wettelijk belast zijn met de opsporing en het onderzoek van inbreuken op het vennootschapsrecht.
In dergelijke gevallen eisen de lidstaten dat minimaal aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de informatie is bestemd voor de uitoefening van de in de eerste alinea bedoelde taken;
b) de in dit verband ontvangen informatie valt onder het in artikel 44, lid 1, bedoelde beroepsgeheim; en
c) gegevens die afkomstig zijn van een andere lidstaat mogen alleen worden doorgegeven met de uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde autoriteiten die de gegevens hebben medegedeeld, en in voorkomend geval alleen worden gebruikt voor de doeleinden waarmede deze autoriteiten ingestemd hebben.
Indien de in de eerste alinea bedoelde autoriteiten of instanties die in een lidstaat bij de uitoefening van hun opsporings- of onderzoekstaken een beroep doen op personen die op grond van hun specifieke deskundigheid met een opdracht worden belast en die geen openbaar ambt bekleden, kan de in de eerste alinea bedoelde mogelijkheid tot uitwisseling van informatie tot deze personen worden verruimd op de in de tweede alinea genoemde voorwaarden.
Voor de toepassing van de derde alinea delen de in de eerste alinea bedoelde autoriteiten of instanties aan de bevoegde autoriteiten die de informatie hebben medegedeeld, de identiteit en de juiste opdracht mede van de personen aan wie deze informatie zal worden doorgegeven.
De lidstaten delen de Commissie en de overige lidstaten de identiteit mede van de autoriteiten of instanties die op grond van het onderhavige artikel informatie mogen ontvangen.
De Commissie stelt een verslag op over de toepassing van de bepalingen van het onderhavige artikel.