Art. 38 Richtlijn 2006/48/EG
1. De lidstaten passen op bijkantoren van kredietinstellingen met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap voor wat betreft de toegang tot de werkzaamheden dan wel de uitoefening ervan geen bepalingen toe die leiden tot een gunstiger behandeling dan die welke geldt voor bijkantoren van kredietinstellingen die hun hoofdkantoor binnen de Gemeenschap hebben.
2. De bevoegde autoriteiten geven de Commissie en het Europees Comité voor het bankwezen kennis van de vergunningen voor bijkantoren die aan de kredietinstellingen met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap zijn verleend.
3. Onverminderd lid 1 kan de Gemeenschap, bij met één of meer derde landen gesloten overeenkomsten, regelingen treffen inzake de toepassing van bepalingen die de bijkantoren van een kredietinstelling met hoofdkantoor buiten de Gemeenschap eenzelfde behandeling op het gehele grondgebied van de Gemeenschap verzekeren.