Art. 21 Richtlijn 2006/43/EG, Beroepsethiek
1. De lidstaten zien erop toe dat voor alle wettelijke auditors en auditkantoren beginselen van de beroepsethiek gelden. Deze hebben ten minste betrekking op hun verantwoordelijkheid voor het openbaar belang, hun integriteit en objectiviteit, alsmede hun vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
2. Teneinde het vertrouwen in de controlefunctie en de uniforme toepassing van lid 1 van dit artikel te verzekeren, mag de Commissie volgens de procedure van artikel 48, lid 2, op beginselen gebaseerde uitvoeringsmaatregelen inzake beroepsethiek vaststellen.