Art. 14 Richtlijn 2006/32/EG, Verslagen

Richtlijn 2006/32/EG

1. De lidstaten die, ongeacht de reden, bij de inwerkingtreding van deze richtlijn voor het meten van energiebesparingen reeds gebruikmaken van berekeningsmethoden die vergelijkbaar zijn met die van bijlage IV, kunnen bij de Commissie informatie indienen en daarbij, zo nodig, details verstrekken. Deze informatie wordt zo spoedig mogelijk ingediend, bij voorkeur uiterlijk op 17 november 2006. De informatie zal de Commissie in staat stellen naar behoren rekening te houden met de bestaande praktijken.

2. De lidstaten dienen bij de Commissie de volgende APEE's in:

— uiterlijk op 30 juni 2007, een eerste APEE;

— uiterlijk op 30 juni 2011, een tweede APEE;

— uiterlijk op 30 juni 2014, een derde APEE.

Alle APEE's bevatten een omschrijving van maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie die zijn gepland om de in artikel 4, leden 1 en 2, genoemde streefwaarden te bereiken en te voldoen aan de bepalingen inzake de bedoelde voorbeeldrol van de publieke sector en de informatie- en adviesverstrekking aan de eindverbruiker, bedoeld in artikel 5, lid 1, respectievelijk artikel 7, lid 2.

Het tweede en het derde APEE:

— bevatten een evaluatie en beoordeling van het vorige APEE;

— vermelden de definitieve resultaten voor wat betreft de verwezenlijking van de energiebesparingsstreefwaarden bedoeld in artikel 4, leden 1 en 2;

— bevatten plannen voor — en informatie inzake het geanticipeerde effect van — extra maatregelen voor het geval dat de streefwaarde feitelijk of vermoedelijk niet wordt gehaald;

— maken in toenemende mate gebruik van geharmoniseerde efficiëntie-indicatoren en -benchmarks zoals bedoeld in artikel 15, lid 4, zowel voor de evaluatie van voorgaande maatregelen als voor de geschatte effecten van geplande toekomstige maatregelen;

— zijn gebaseerd op beschikbare gegevens, aangevuld met schattingen.

3. Uiterlijk op 17 mei 2008 publiceert de Commissie een impact- en kosten-batenanalyse waarin het verband tussen EU-normen, -regelingen, -beleid en -maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie bij het eindgebruik wordt onderzocht.

4. De APEE's worden als volgt geëvalueerd overeenkomstig de in artikel 16, lid 2, bedoelde procedure:

— het eerste APEE wordt geëvalueerd vóór 1 januari 2008;

— het tweede APEE wordt geëvalueerd vóór 1 januari 2012;

— het derde APEE wordt geëvalueerd vóór 1 januari 2015.

5. Op basis van de APEE's evalueert de Commissie in hoeverre de lidstaten vorderingen hebben geboekt bij het bereiken van hun nationale indicatieve energiebesparingsstreefwaarde. De Commissie publiceert verslagen over de APEE's met haar conclusies, en wel:

— over het eerste APEE vóór 1 januari 2008;

— over het tweede APEE vóór 1 januari 2012;

— over het derde APEE vóór 1 januari 2015.

Deze verslagen bevatten informatie over aanverwant optreden op Europees niveau, inclusief informatie over bestaande en toekomstige regelgeving. Het verslag besteedt aandacht aan het benchmarkingsysteem bedoeld in artikel 15, lid 4, wijst de beste praktijken aan, signaleert de gevallen waarin de lidstaten en/of de Commissie niet voldoende vooruitgang boeken, en doet eventueel aanbevelingen.

Na het tweede rapport worden, indien van toepassing en waar nodig, voorstellen voor aanvullende maatregelen bij het Europees Parlement en de Raad ingediend, waaronder een mogelijke verlenging van de toepassingsduur voor de streefwaarden. Indien het verslag concludeert dat onvoldoende vooruitgang is gemaakt bij het behalen van de nationale indicatieve streefwaarden, behandelen deze voorstellen het niveau en de aard van de streefwaarden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen