Art. 1 Beschikking 2006/502/EG

Beschikking 2006/502/EG

In deze beschikking wordt verstaan onder:

1) „aansteker”: een reeds met brandstof gevuld, al dan niet navulbaar, met de hand bedienbaar apparaat dat een vlam produceert met gebruikmaking van een petrochemisch derivaat als brandstof, normaliter gebruikt voor het aansteken van sigaretten, sigaren en pijpen, en dat naar verwachting kan worden gebruikt voor het aansteken van materialen zoals papier, lampenkousjes, kaarsen en lantaarns.

Onverminderd het krachtens artikel 2, lid 2, vastgestelde verbod voor het op de markt brengen van „novelty lighters”, is deze definitie niet van toepassing op navulbare aanstekers waarvoor de producenten de bevoegde autoriteiten op verzoek de vereiste documentatie voorleggen waarmee wordt gestaafd dat de aanstekers zodanig zijn ontworpen, vervaardigd en op de markt gebracht dat zij worden geacht gedurende een periode van minstens vijf jaar een veilig gebruik te waarborgen, dat zij kunnen worden gerepareerd en dat zij in het bijzonder aan de volgende eisen voldoen:

— een schriftelijke garantie hebben van de producent van ten minste twee jaar, overeenkomstig Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad (3);

— in de praktijk kunnen worden gerepareerd en gedurende de hele levensduur veilig kunnen worden nagevuld en met name een vervangbaar ontstekingsmechanisme hebben;

— de duurzame onderdelen die bij een voortgezet gebruik na de garantieperiode geneigd zijn te verslijten of kapot te gaan, kunnen worden vervangen of gerepareerd door een erkende of gespecialiseerde aftersalesservice in de Europese Unie;

2) „novelty lighter”: een aansteker zoals gedefinieerd in specificatie 3.2 van Europese norm EN 13869:2002;

3) „kinderveilige aansteker”: een aansteker die op een zodanige wijze is ontworpen en geproduceerd dat deze, onder normale en redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden, niet kan worden gebruikt door kinderen jonger dan 51 maanden, bijvoorbeeld vanwege de kracht die nodig is om hem te bedienen, vanwege het ontwerp of de bescherming van zijn ontstekingsmechanisme of de complexiteit van de achtereenvolgende handelingen die voor de ontsteking nodig zijn.

De volgende aanstekers worden geacht kinderveilig te zijn:

a) aanstekers die in overeenstemming zijn met de nationale normen ter omzetting van de Europese norm EN 13869:2002, voorzover het andere specificaties betreft dan die van de punten 3.1, 3.4 en 5.2.3 van deze norm;

b) aanstekers die voldoen aan de relevante normen van niet-EU-landen waarin kinderveiligheidseisen gelden die vergelijkbaar zijn met de bij deze beschikking vastgestelde eisen;

4) „model wegwerpaansteker”: aansteker van dezelfde producent die wat ontwerp of andere kenmerken betreft niet afwijkt op het stuk van de kinderveiligheid;

5) „kinderveiligheidstest”: een systematische test van de kinderveiligheid van een bepaald model aansteker, op een monster van de betreffende aanstekers, in specifieke tests die worden uitgevoerd in overeenstemming met nationale normen tot omzetting van de Europese norm EN 13869:2002, voorzover het andere specificaties betreft dan die van de punten 3.1, 3.4 en 5.2.3 van deze norm, of in overeenstemming met de testcriteria van de relevante normen van niet-EU-landen waarin kinderveiligheidseisen gelden die vergelijkbaar zijn met de eisen van deze beschikking;

6) „producent”: een producent in de zin van artikel 2, onder e), van Richtlijn 2001/95/EG;

7) „distributeur”: een distributeur in de zin van artikel 2, onder f), van Richtlijn 2001/95/EG.

Verwijst naar

Volgende artikelen