Art. 62 Verordening (EG) nr. 1698/2005, Plaatselijke groepen

Verordening (EG) nr. 1698/2005

1. De op een partnerschap gebaseerde aanpak van de plaatselijke ontwikkeling wordt uitgevoerd door plaatselijke groepen die aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) de groep stelt een geïntegreerde plaatselijke ontwikkelingsstrategie voor, gebaseerd op ten minste de in de punten a) tot en met d) en punt g) van artikel 61 genoemde elementen, en is verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan;

b) zij is hetzij een groep die reeds in aanmerking is genomen voor het initiatief Leader II (19), het initiatief Leader+ (20) of overeenkomstig de Leader-aanpak, hetzij een nieuwe groep die partners uit de verschillende lokaal verankerde sociaal-economische geledingen in het betrokken gebied vertegenwoordigt. Voor de besluitvorming moeten de sociaal-economische partners en andere vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, zoals landbouwers, plattelandsvrouwen, jongeren en hun verenigingen, ten minste 50 % van het plaatselijke partnerschap uitmaken;

c) zij moet aantonen in staat te zijn een ontwikkelingsstrategie voor het gebied te bepalen en uit te voeren.

2. De beheersautoriteit zorgt ervoor dat de plaatselijke groepen hetzij een administratieve en financiële eerstverantwoordelijke kiezen die in staat is overheidsmiddelen te beheren en voor een bevredigend functioneren van het partnerschap te zorgen, hetzij zich verenigen in een in een rechtsvorm opgerichte gemeenschappelijke structuur waarvan de statuten een bevredigend functioneren van het partnerschap en het vermogen overheidsmiddelen te beheren, garanderen.

3. Het gebied waarop de strategie betrekking heeft, moet coherent zijn en op het vlak van personele, financiële en economische middelen voldoende kritische massa bezitten om als draagvlak voor een uitvoerbare ontwikkelingsstrategie te fungeren.

4. De in het kader van de strategie te financieren projecten worden geselecteerd door de plaatselijke groep. Deze kan ook samenwerkingsprojecten selecteren.