Art. 40 Verordening (EG) nr. 1698/2005, Dierenwelzijnsbetalingen

Verordening (EG) nr. 1698/2005

1. Dierenwelzijnsbetalingen als bedoeld in artikel 36, onder a), v), worden verleend aan landbouwers die op vrijwillige basis dierenwelzijnsverbintenissen aangaan.

2. Dierenwelzijnsbetalingen worden slechts verleend voor verbintenissen die verder gaan dan de relevante dwingende normen als bedoeld in artikel 4 en bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 en van andere relevante dwingende eisen die in nationale wetgeving zijn vastgesteld en in het programma zijn vermeld.

De verbintenissen worden in de regel aangegaan voor een periode van tussen de vijf en zeven jaar. Waar dat noodzakelijk en gerechtvaardigd is, wordt voor specifieke typen van verbintenissen volgens de in artikel 90, lid 2, bedoelde procedure een langere periode vastgesteld.

3. De betalingen worden jaarlijks verleend en dekken de extra kosten en de gederfde inkomsten die het gevolg zijn van de nakoming van de aangegane verbintenis; zo nodig kunnen zij ook transactiekosten dekken.

De steun beperkt zich tot het in de bijlage vastgestelde maximum.