Art. 23 Verordening (EG) nr. 1698/2005, Vervroegde uittreding

Verordening (EG) nr. 1698/2005

1. De in artikel 20, onder a), iii), bedoelde steun wordt toegekend aan:

a) landbouwers die besluiten hun landbouwactiviteit te beëindigen met het oog op overdracht van de betrokken bedrijven aan andere landbouwers;

b) werknemers in de landbouw die besluiten alle werkzaamheden op landbouwbedrijven definitief te beëindigen op het moment dat het bedrijf wordt overgedragen.

2. De cedent:

a) is op het tijdstip van de overdracht ten minste 55 jaar oud zonder evenwel de normale pensioengerechtigde leeftijd te hebben bereikt, of ten hoogste 10 jaar jonger dan de normale pensioengerechtigde leeftijd in de betrokken lidstaat;

b) beëindigt definitief alle commerciële landbouwactiviteiten;

c) heeft in de aan de overdracht voorafgaande tien jaar de landbouw beoefend.

3. De overnemer:

a) volgt de cedent op door zich overeenkomstig artikel 22 te vestigen, of

b) is een landbouwer jonger dan 50 jaar of een privaatrechtelijk lichaam, en neemt het door de cedent vrijgemaakte landbouwbedrijf over om het landbouwbedrijf te vergroten.

4. De werknemer in de landbouw:

a) is ten minste 55 jaar oud zonder evenwel de normale pensioengerechtigde leeftijd te hebben bereikt, of ten hoogste 10 jaar jonger dan de normale pensioengerechtigde leeftijd in de betrokken lidstaat;

b) heeft in de voorafgaande vijf jaar ten minste de helft van zijn arbeidstijd als meewerkend gezinslid of werknemer in de landbouw aan werkzaamheden op landbouwbedrijven besteed;

c) heeft in de vier jaar vóór de vervroegde uittreding van de cedent ten minste het equivalent van twee voltijdjaren op diens landbouwbedrijf gewerkt;

d) valt onder een socialezekerheidsstelsel.

5. De totale duur van de steun voor vervroegde uittreding mag voor de cedent en voor de werknemer in de landbouw niet meer dan 15 jaar bedragen. De steun mag niet worden voortgezet nadat de cedent 70 jaar is geworden of de werknemer in de landbouw de normale pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Ingeval de lidstaat de cedent een ouderdomspensioen betaalt, wordt de steun voor vervroegde uittreding toegekend als aanvulling met inachtneming van het bedrag van het nationale ouderdomspensioen.

6. De subsidiabele maximumbedrag van de steun is vermeld in de bijlage.