Art. 4 Verordening (EG) nr. 1183/2005
Verordening (EG) nr. 1183/2005
In afwijking van artikel 2 kunnen de in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de tegoeden of economische middelen zijn vóór 18 april 2005 in een gerechtelijk, administratief of scheidsrechterlijk onderpand gegeven of er is vóór die datum een gerechtelijke, administratieve of scheidsrechterlijke uitspraak over gedaan;
b) de tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk onderpand zijn gewaarborgd of door een dergelijke uitspraak geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen tot vaststelling van de rechten van de personen die houder zijn van dergelijke vorderingen;
c) het onderpand of de gerechtelijke uitspraak is niet ten behoeve van een persoon, organisatie of instantie bedoeld in bijlage I bij deze verordening;
d) de erkenning van het onderpand of van de uitspraak is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat;
e) het onderpand of de uitspraak is door de lidstaat bekendgemaakt aan het Sanctiecomité.