Art. 2 Verordening (EG) nr. 396/2005, Werkingssfeer
1. Deze verordening is van toepassing op alle in bijlage I opgenomen producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong die bestemd zijn om als vers, verwerkt of gemengd levensmiddel of diervoeder te worden gebruikt en waarin of waarop bestrijdingsmiddelenresiduen aanwezig kunnen zijn.
2. Deze verordening is niet van toepassing op de in bijlage I bedoelde producten indien op afdoende wijze kan worden aangetoond dat deze bestemd zijn:
a) voor de vervaardiging van andere producten dan levensmiddelen of diervoeders; of
b) om te worden ingezaaid of geplant; of
c) voor door het nationaal recht toegestane activiteiten in verband met de controle van werkzame stoffen.
3. De overeenkomstig deze verordening vastgestelde maximumresidugehalten voor bestrijdingsmiddelen zijn niet van toepassing op de in bijlage I bedoelde producten die bestemd zijn voor uitvoer naar derde landen en vóór de uitvoer behandeld zijn, wanneer op afdoende wijze is aangetoond dat het derde land van bestemming eist of ermee instemt dat de desbetreffende behandeling wordt toegepast om het binnenbrengen van schadelijke organismen op zijn grondgebied te voorkomen.
4. Deze verordening geldt onverminderd Richtlijn 98/8/EG (13), Richtlijn 2002/32/EG en Verordening (EEG) nr. 2377/90 (14).